Zorgen over langdurige opvang Oekraïners, steeds vaker klachten

Organisaties maken zich zorgen over de opvang van Oekraïense vluchtelingen op de lange termijn. Nu veel Oekraïners al meer dan een halfjaar in Nederland verblijven, komen er steeds meer klachten binnen over de kwaliteit van de opvang.

Zo ook in Venlo, waar de opvang in een oud defensiepand leidt tot klachten van bewoners. Het pand dat wordt beheerd door leegstandbeheerder Monoma (voorheen Camelot) biedt onderdak aan 70 mensen.

Oekraïners verblijven er met vijf personen op een kamer van 36 vierkante meter zonder tussenwanden of afscheiding en hebben bijna geen privacy. Het leefgeld dat ze uitbetaald krijgen wisselt sterk en komt niet overeen met de richtlijnen die de overheid daarvoor heeft opgesteld. Ook is er onvoldoende eten, zeggen bewoners. Twee keer per week wordt er een half brood uitgedeeld per persoon en een keer per dag een appel of banaan en een diepgevroren maaltijd.

De gemeente Venlo laat weten dat het eten van voldoende kwaliteit is en met reden een keer per dag wordt geserveerd. Eerder zouden vluchtelingen voedsel hebben ‘gehamsterd’. Over de uitkering van het leefgeld erkent de gemeente dat bij een klein deel van de bewoners een administratieve fout is gemaakt. “Dat betreuren we en herstellen we in overleg met de betreffende mensen natuurlijk op korte termijn.”

Het speelt op meer plekken

Stichting Opora, die zich hard maakt voor de belangen van Oekraïners in Nederland, maakt zich zorgen. “Het gebeurt vaker dat de zorg op een gemeentelijke opvanglocatie wordt uitbesteed aan commerciële partijen”, zegt oprichter en migratiewetenschapper Maria Shaidrova die onderzoek doet onder Oekraïense vluchtelingen in Nederland.

“Er is niet altijd genoeg controle vanuit de gemeente; ook zijn er geen ‘checks and balances’. Oekraïners weten niet waar ze terechtkunnen met een klacht. Er zijn geen vertrouwenspersonen aanwezig. De meest informatie die ze van de gemeente krijgen is in het Nederlands. Vaak durven mensen niet naar de politie te stappen, uit angst voor de gevolgen”, zegt Shaidrova.

Regelmatig voelen Oekraïners zich geïntimideerd door de beveiliging, zegt Shaidrova. De Oekraïense vluchtelingen die gisteravond met lokale omroep L1 in gesprek gingen kregen van de beveiliging te horen “nu binnen te komen, anders kom je het pand helemaal niet meer binnen.”

Andere locaties

De problemen spelen ook op andere locaties, zegt Shaidrova. In Zaandam verbleven vluchtelingen wekenlang op een boot zonder ventilatiesysteem. In het voormalige Rabobank-kantoor in Eindhoven waar tweehonderd vluchtelingen uit Oekraïne verblijven, klagen bewoners over onvoldoende privacy en strenge beveiliging. Tassen werden regelmatig doorzocht op wapens.

Ook zou disproportioneel hard gestraft worden; een bewoner die zijn middelvinger had opgestoken werd naar verluidt uit de opvang gezet. Het eten, van dezelfde cateraar als in Venlo, leidde tot klachten.

De problemen werden in de raadsvergadering van de gemeente Eindhoven besproken. Springplank040 die de opvang verzorgt, legde aan de lokale omroep uit dat het Rabobankpand zich eigenlijk niet leent voor deze soort opvang. “Het pand is een goede crisisopvang maar geen woonomgeving, en zo wordt-ie nu wel gebruikt.”

Andere ritmes, ander eten

Stichting Vluchtelingenwerk herkent het beeld. “Wij krijgen ook steeds meer signalen van ontevreden Oekraïners”, laat een woordvoerder weten. “Onze indruk is niet dat de opvang veel slechter wordt, maar nu de opvang langer duurt, komen er meer klachten. Zo werken er mensen nachtdiensten, maar delen die kamers met mensen die overdag werken. Als je niet kan koken is het eten wat je krijgt niet altijd wat je zelf zou willen. Je wil je eigen eten koken en je eigen leven leiden. Dat gaat op heel veel locaties niet.”

Ook gemeenten worstelen hiermee, zegt Vluchtelingenwerk. Zij voelen zich niet goed ondersteund door het Rijk. “Veel gemeenten kampen met personeelstekorten. Het is voor hen ook een lastige afweging wat ze willen investeren in een locatie, omdat het niet duidelijk is hoelang die nog openblijft en wat dat betekent voor een gemeente op de lange en middellange termijn.” De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wilde niet reageren op vragen over dit onderwerp.

Slechte omgang huurders

Regelmatig gaat het ook wel goed, benadrukt Shaidrova, maar dan zijn het vaak organisaties waarbij een organisatie is aangesteld die ervaring heeft met de opvang van kwetsbaren, zoals het Rode Kruis, Leger des Heils, of Stichting Regenboog in Amsterdam.

De locatie in Venlo wordt beheerd door Monoma, voorheen Camelot, het grootste anti-kraakbedrijf van Nederland dat meerdere keren door de rechter in Nederland en België op de vingers is getikt vanwege de slechte omgang met huurders.

Na een naamswijziging heeft het Brabantse bedrijf haar leegstandbeheer ondergebracht onder het Monoma-merk. Op dit moment verzorgt de leegstandbeheerder samen met onder meer de gemeentes Tilburg, Hoorn, Altena, Venlo en Delft voor duizenden Oekraïners een opvangplek, zo is te lezen op de site. Monoma laat weten zich niet in het geschetste beeld te herkennen en verwijst voor woordvoering naar de gemeente.

Te weinig toezicht

De opvangcapaciteit voor Oekraïners zit op dit moment voor 96 procent vol. Naarmate de opvang verder vol raakt en het verwachte aantal vluchtelingen uit Oekraïne verder oploopt deze winter, bestaat de kans dat gemeentes vaker moeten uitwijken naar commerciële partijen, zegt Shaidrova. Zij maakt zich zorgen. “Er is te weinig toezicht.”

Op een gegeven moment gaat het aan alle kanten wringen, zegt Vluchtelingenwerk. “Een oplossing is niet direct voorhanden. Er moet vanuit het Rijk een plan komen voor de middellange termijn.”

Generated by Feedzy