Zeepbel

De taxichauffeur zette me om half twee af bij het hotel. Einde werkdag. Dat was normaal tijdens de Spelen.

Ik liep de supermarkt in. Die zijn in Tokio 24 uur open. Elke avond permitteerde ik me één blikje bier. Het hielp me de dag los te laten en in te slapen. Van collega’s begreep ik dat ze hetzelfde gedrag vertoonden.

Nu kwam ik niet in slaap. Sifan Hassan spookte door mijn hoofd. Haar levensverhaal, haar tweede goud, de manier waarop ze die met elkaar verbond. Ik haalde inspiratie uit wat ze zei: ze wilde doen wat niemand kon.

Na drie uur slaap werd ik wakker. Maakte niet uit. Adrenaline, cortisol, enthousiasme; ik weet niet wat me gaande hield. Vermoeidheid kreeg geen vat op me.

Buiten regende het, het voorportaal van een tyfoon. Ik douchte, trok kleren aan, griste een ontbijtbakje met zalm en ei uit het restaurant en sprong in de metro, in de bullet train en in een bus. Eindbestemming Izu, 150 kilometer ten zuiden van Tokio.

Ik tekende m’n 27ste verhaal op. Opluchting bij de laatste letter. Daarna iets triests. De zeepbel knapte. Weg was het gevoel in het epicentrum van de wereld te staan.

Met een collega liep ik naar de bus. Mount Fuji werd zichtbaar in het avondlicht. We bespraken hoogte- en dieptepunten. Halverwege een blikje bier stortten we tegelijkertijd in.

Source