‘We zijn allemaal met de verkeerde getrouwd’

Schrijver/filosoof/leraar Alex de Bottom sprak uitgebreid over zijn opvattingen over de liefde met de Suddeutsche Zeitung.

“We zijn allemaal met de verkeerde persoon getrouwd. De neurose van onze tijd is ons streven naar perfectie. Dit maakt ons boos als mensen niet zijn wat we willen dat ze zijn. Het oude joods-christelijke model was dat de mens gebrekkig is en goddelijke vergeving nodig heeft. Tegenwoordig is echter volmaakt zijn de nieuwe theologie. Dat is vergif voor elke relatie. Als twee mensen denken dat jij perfect bent en ik zelf ook, duurt het niet lang voor er problemen ontstaan.”

“Mensen gaan dan snel uit elkaar omdat ze denken dat dit het einde van hun liefde is. De ander is niet perfect en dus gaan we op zoek naar een ander, die wel perfect is. De ontdekking dat de ander niet perfect is, is juist een goed moment om elkaar echt te leren kennen.

Ware liefde bestaat vooral uit vergeving en het goed interpreteren van slecht gedrag. Wij, volwassenen, moeten elkaar behandelen zoals we onze kinderen behandelen. We zijn erg gul in het goedpraten van slecht gedrag van onze kinderen.

We vertellen ons kind niet dat het gemeen is, maar verzinnen redenen voor het vervelende gedrag: ze zijn ergens bang voor, ze zijn moe. Er zit liefde in deze verklaringen.

Wat voor soort liefde is er tussen volwassenen? Voor velen van ons betekent liefde aanbidding. We bewonderen de schoonheid van onze partner, hun kracht, hun prestaties.

Het beste zou zijn om meteen aan het begin van een relatie toe te geven: luister, dit en dat zijn mijn eigenaardigheden. Wat weerhoudt ons ervan onszelf te geven zoals we zijn? De grote vijand van liefde is romantiek. De romantische stroming uit de 19e eeuw bezorgt ons tot op de dag van vandaag veel problemen. Romantiek leert ons dat ware liefde zonder woorden is en dat een perfecte relatie een mystieke vereniging van twee zielen is. Dat is niet erg handig. Zulk denken leidt tot een epidemie van mokken. Je denkt: deze persoon zou me moeten begrijpen, maar hij faalt.”

Source