Vragen en antwoorden over de Europese energieplannen

Europa gaat een zware tijd tegemoet en solidariteit onder de EU-lidstaten is belangrijker dan ooit. Met onder meer die boodschap maakte Europese Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen de balans op in haar jaarlijkse toespraak voor het Europees Parlement. De oorlog in Oekraïne kwam uitgebreid aan bod, net als de Europese energieafhankelijkheid van het Rusland van president Poetin.

De afgelopen tijd zijn de prijzen van energie exponentieel gestegen en Europa gaat een zware winter tegemoet. Reden voor de Commissie om met een ingreep op de energiemarkt te komen, zodat de energierekeningen betaalbaar blijven en burgers en bedrijven niet meteen zwaar in de financiële malaise komen wanneer de rekening op de mat valt.

Wat wil de Europese Commissie?

Er komt een inkomstenplafond voor producenten van duurzame elektriciteit en kernenergie. Die maken nu winsten waar ze nooit rekening mee hebben gehouden. Dat heeft ermee te maken dat de gasprijs zeer bepalend is voor de prijs van stroom, ook al is gas voor maar 14 procent de bron van elektriciteit in Europa. Bij een hoge gasprijs valt er dus flink te verdienen voor bedrijven die uit andere bronnen putten.

Het plafond dat de Commissie nu voorstelt, betekent dat deze producenten niet meer zullen krijgen dan 180 euro per megawattuur. Dat is veel minder dan ze nu vangen: de afgelopen weken schommelt de prijs tussen de 400 en 800 euro per megawattuur.

Producenten van fossiele energie krijgen daarnaast vanaf december te maken met een forse extra winstbelasting van 33 procent over de winst die ze extra hebben gemaakt. Daarbij wordt gekeken naar de winsten die ze de afgelopen drie jaar hebben behaald, met een extra marge van 20 procent. Van alles wat ze daarbovenop extra verdienen, moeten ze dus een derde aan belasting afdragen. Een ‘solidariteitsbijdrage’, noemt de Commissie dat.

Een andere maatregel is dat Europese lidstaten de vraag naar elektriciteit moeten verminderen. In totaal moet het verbruik met 10 procent omlaag. De helft daarvan moet worden bespaard in de zogenoemde piekuren, oftewel de tijdstippen op de dag waarop de meeste energie wordt gebruikt. Het idee is dat er dan minder duur gas nodig is om elektriciteit op te wekken.

Kan Brussel dit doen?

Ja. De Europese Commissie legt dit niet op aan 27 EU-lidstaten die hier nog uitgebreid op willen afdingen, maar doet deze voorstellen juist op verzoek van de EU-landen. De lidstaten bepalen vanzelfsprekend zelf hoe ze dit in beleid omzetten, waardoor er tegelijk weinig te zeggen is over hoe de Commissie-plannen in de praktijk uitpakken.

Landen kunnen bijvoorbeeld ook besluiten om meer extra winstbelasting te heffen dan de Europese Commissie voorstelt. Ook moeten de lidstaten zelf bepalen hoe ze de vraag naar elektriciteit precies willen verlagen. Dat zal dus in elk van de 27 lidstaten een kwestie zijn van maatregelen van nationale regeringen, in samenspraak met nationale parlementen.

Hoe voelen we dit in onze portemonnee?

Daar valt op basis van deze voorstellen niet een heel concreet antwoord op te geven. Alle EU-lidstaten samen zouden met dit maatregelenpakket in totaal zo’n 140 miljard euro vrijspelen om de energiecrisis het hoofd te bieden. Maximaal 117 miljard daarvan komt bij de elektriciteitsproducenten vandaan. Zo’n 25 miljard komt van de fossiele industrie.

Dat geld kunnen de landen gaan gebruiken tegen energiearmoede en voor verduurzaming, maar wat daarvan in welke portemonnee terechtkomt, wordt niet in Brussel bepaald. Daar gaan de lidstaten dus zelf over.

De regeringen van de EU-landen moeten, in overleg met hun nationale parlementen, bepalen hoe ze het geld gaan herverdelen. Gedacht kan worden aan tegemoetkomingen voor bepaalde groepen, zoals de minima. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld subsidies voor betere isolatie of andere energiebesparende investeringen voor huishoudens.

En wat wil het Nederlandse kabinet?

Duidelijk is dat het kabinet te spreken is over de voorstellen van de Europese Commissie, al wil minister Jetten van Energie wel meer nadruk leggen op het verlagen van het energieverbruik.

Jetten zegt dat het kabinet al kijkt hoe de grote winsten van een deel van de energiemaatschappijen afgeroomd kunnen worden om huishoudens te ondersteunen, al benadrukt hij wel dat niet alle leveranciers extreme winsten maken. Wat betreft de bedrijven die wel enorme winsten maken, vindt de minister het “normaal als de samenleving van ze vraagt om daar dan ook wat meer belasting over te betalen”.

Voor precieze uitwerkingen van de plannen voor Nederland, verwijst Jetten naar volgende week dinsdag. Dan is het de derde dinsdag van september, dus Prinsjesdag, waarop het kabinet de eigen plannen zal presenteren.

Source