Voor het eerst varkenshart geplaatst bij twee hersendode patiënten in VS

Artsen in de Verenigde Staten hebben voor het eerst varkensharten getransplanteerd bij twee hersendode patiënten. Dat meldt de krant The Wall Street Journal. De operatie vond plaats in een academisch ziekenhuis in New York. De organen werden honderden kilometers overgevlogen naar de stad.

De patiënten zijn een 72-jarige man en een 64-jarige vrouw die beiden overleden na een hartaanval. De twee werden hersendood verklaard, maar aan de beademingsapparatuur gehouden. De hart- en longfuncties bleven daardoor intact, terwijl het brein functioneel niets meer deed. De nabestaanden van de twee doneerden de lichamen aan de wetenschap.

De studie duurde zo’n drie dagen. In die periode werden de organen niet afgestoten door het lichaam, een belangrijke zorg van artsen bij zulke ingrepen. Volgens Ian Alwayn, hoogleraar transplantatiechirurgie aan het Leids Universitair Medisch Centrum, is het de eerste keer dat hersendode patiënten een gemodificeerd hart van een varken hebben gekregen.

Wel ontvingen drie hersendode patiënten al een varkensnier en ook werd al eens een varkenshart in een nog levende patiënt ingebracht. Voor die tijd richtte zulk onderzoek zich uitsluitend op organen van primaten.

Eerste ontvanger van varkenshart
Volgens The Wall Street Journal hopen onderzoekers met de transplantaties meer duidelijkheid te krijgen over hoe gemodificeerde varkensharten in een menselijk lichaam functioneren. Ook moet er meer duidelijk worden over hoe kan worden voorkomen dat varkensvirussen op de menselijke ontvanger worden overgebracht.

In maart overleed de eerste levende ontvanger van een genetisch gemodificeerd varkenshart. De patiënt, de 57-jarige David Bennett, kreeg het orgaan in Baltimore ingebracht. Zo’n operatie was nooit eerder uitgevoerd.

Aanvankelijk leek de operatie geslaagd, maar na twee maanden ging de toestand van Bennett plotseling snel achteruit en overleed hij. Vermoedelijk stierf Bennett aan een varkensvirus dat al in het hart aanwezig was.

“Het onderzoek naar zulke operaties gaat gewoon door”, zegt Alwayn. “Daarbij kun je zowel nog levende als hersendode patiënten een dierlijk orgaan geven.”

Deze onderzoeken hebben verschillende doelen. Bij hersendode mensen kun je volgens Alwayn meer te weten te komen over of het orgaan werkt en hoe eventueel aanwezige ziektekiemen en virussen zich ontwikkelen. “Je krijgt ook meer informatie over de immunologische reacties.”

Het is veiliger dan onderzoek bij levende patiënten. Maar er kleeft ook een ethisch bezwaar aan, stelt de hoogleraar. “Hersendode patiënten kun je een aantal dagen, hooguit weken op een IC observeren, maar langer dan dat is ethisch moeilijk te verdedigen.”

Dat ligt bij nog levende patiënten zoals Bennett anders. Hij leed aan ernstige hartritmestoornissen en volgens artsen waren zijn overlevingskansen zonder transplantatie nihil. Bovendien wist Bennett waar hij aan begon, zo verklaarde het ziekenhuis.

Bij patiënten als Bennett leren onderzoekers meer over de effecten van een transplantatie op de lange termijn. “De soorten onderzoek geven dus antwoord op verschillende wetenschappelijke vragen”, concludeert Alwayn.

Dilemma
Het overbrengen van varkensvirussen bij transplantaties leidt tot een dilemma: het kan leiden tot nieuwe typen infecties bij mensen, maar tegelijk is er bijvoorbeeld in Amerika een groot tekort aan orgaandonoren. Xenotransplantatie, oftewel het gebruik van genetisch gemodificeerde dierlijke organen, kan hiervoor in de toekomst wellicht een oplossing zijn.

Source