Vertrouwen in Rutte en zijn kabinet staat centraal in Algemene Beschouwingen

De uitzonderlijke protesten gisteren langs de route van de Glazen Koets klinken vandaag ongetwijfeld door in de Tweede Kamer. Alle partijen zullen verwijzen naar het gebrek aan vertrouwen bij veel burgers, dat ook uit de protesten spreekt. Straks beginnen de Algemene Politieke Beschouwingen, die traditioneel volgen op Prinsjesdag.

“Zorgwekkend”, liet het kabinet gisteren de koning zeggen over het tanende vertrouwen dat mensen hebben in het vermogen van het kabinet om de grote problemen op te lossen. Premier Rutte zelf noemde het “heel erg”, maar hij gaat “niet bedelen” om dat vertrouwen.

“Mijn doel is nu problemen oplossen, mijn doel moet nu niet zijn: populair worden. Dan ben ik met de verkeerde prioriteiten bezig”, zei hij tegen persbureau ANP.

‘Wel klaar met Rutte’

Toch zien verschillende oppositiepartijen in het boegeroep, de omgekeerde vlaggen en de slechte vertrouwenscijfers hun standpunt bevestigd dat het kabinet is uitgeregeerd. “Ik ben er eerlijk gezegd wel een beetje klaar mee”, zei oppositieleider Geert Wilders (PVV) na de Troonrede.

Ook andere oppositiepartijen vinden dat Rutte niet de juiste persoon is om alle crises waar het land mee kampt aan te pakken. Ook bij onderwerpen als de stikstofcrisis en de vastgelopen opvang van asielzoekers heeft het kabinet het niet meer in de hand, menen zij.

Oppositiepartijen van links tot rechts zijn het eens: het kabinet-Rutte zit op de verkeerde weg:

Ook de coalitiepartijen zijn niet blind voor het gebrek aan vertrouwen, maar zij benadrukken dat de plannen voor volgend jaar in hun ogen vertrouwenwekkend zijn. Ze wijzen daarbij vooral naar het miljardenpakket dat het koopkrachtverlies moet dempen.

Op het laatste moment bereikte het kabinet nog een akkoord over een prijsplafond om de energierekening betaalbaar te houden. Verder gaan het minimumloon en de uitkeringen fors omhoog en blijven de brandstofprijzen voorlopig gedrukt door lagere accijns.

Tegenbegroting PvdA en GroenLinks

“Te weinig en te laat”, vinden zo’n beetje alle oppositiepartijen. PvdA en GroenLinks presenteren vandaag traditiegetrouw een tegenbegroting. Daarin krijgen de laagste inkomens meer compensatie, terwijl grote bedrijven en mensen met vermogen zwaarder belast worden.

In totaal willen de partijen 18 miljard euro uitgeven om de koopkracht op peil te houden, ongeveer net zo veel als het kabinet. Maar volgens partijleiders Attje Kuiken en Jesse Klaver kiest het kabinet vooral voor noodmaatregelen, terwijl zij veel meer structurele ondersteuning willen geven.

Ook PvdA en GroenLinks willen een prijsplafond voor de energiekosten. Belangrijk verschil is dat ze het minimumloon verder willen verhogen naar 14 euro per uur. In de kabinetsplannen stijgt het per 1 januari naar net iets meer dan 11 euro per uur. Met die maatregel is 8 miljard euro gemoeid.

Verder willen de partijen onder meer geld investeren in het duurzamer maken van woningen en het betaalbaar houden van het openbaar vervoer.

Om het pakket te betalen gaat de winstbelasting voor grote bedrijven naar 30 procent, wordt belastingontwijking tegengegaan en gaat de belasting op vermogen in box 3 naar 49 procent. “Nederland is rijk genoeg om mensen te beschermen tegen armoede, als we de welvaart eerlijker verdelen”, zeggen PvdA en GroenLinks.

De Tweede Kamer zal vandaag een groot aantal vragen stellen over de plannen die het kabinet heeft gepresenteerd. Duidelijk is dat er veel geld wordt uitgegeven voor koopkrachtondersteuning, maar veel details zijn nog onopgehelderd.

Wie gaat er precies van profiteren? Voorkomt het echt dat mensen financieel kopje onder gaan? En waar wordt het allemaal precies van betaald?

Het kabinet zal met een goede uitleg moeten komen, om ook oppositiepartijen te overtuigen van de plannen. Maar vooral zal premier Rutte zijn best moeten doen om te bewijzen dat hij en zijn kabinet wél in staat zijn het hoofd te bieden aan alle grote problemen en dat hij het vertrouwen kan herstellen.

Generated by Feedzy