‘Verhoging verzekeringspremies om kosten te dekken’

01/08/2021 16:08 – Valerie Fris

Mario Merhai, 50, is sinds vorig jaar directeur van Assuria.

Mario Merhai, 50, is sinds vorig jaar directeur van Assuria. Foto: Assuria  

PARAMARIBO – Hij is al 24 jaar in dienst bij verzekeringsmaatschappij Assuria en heeft
diverse managementposities bekleed. Een jaar geleden volgde hij Armand Achaibersing, die op 16 juli 2020 minister van Financiën en Planning werd, op als algemeen directeur. Mario Merhai (50) is lid van zowel de Caribische als Nederlandse Vereniging van Actuarissen. De Ware Tijd sprak met hem als bedrijfsdirecteur en voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Assurantiemaatschappijen (Survam).

Assuria is in Suriname de eerste financiële dienstverlener die
ISO 9001-2015 is gecertificeerd en daar is Merhai trots op. Als
dienstverlenende sector staat ook de verzekeringsbranche onder
grote druk.

Vorige week werd bekend dat de premies Wettelijke
Aansprakelijkheid (WA) op gemotoriseerde rij- en voertuigen per 1
augustus worden verhoogd. Tegelijk stijgt ook de dekkingsgraad per
schadegeval. Voor bromfietsen wordt die opgetrokken van rond SRD
11.000 naar SRD 18.750 en voor overige vervoermiddelen van rond de
SRD 40.000 naar SRD 70.000.

De definitieve premies zijn nog niet bekendgemaakt. “Elke
verzekeraar hanteert bij de verhoogde dekkingen min of meer zijn
eigen premies. Gemiddeld zal de verhoging rond de 40 procent
zitten, afhankelijk van de opgebouwdeno claimen andere kortingen,
en niet tweemaal of driemaal meer zoals op sociale media wordt
gesuggereerd.” Volgens de directeur is de doorwerking in
premieberekening nooit in die mate.

Op de vraag als de verzekeraars niet te snel grijpen naar een
verhoging antwoordt de directeur dat er ook moet worden gekeken
naar wat de verzekeringsnemer terugkrijgt voor de premie die wordt
betaald. “Het zou goed zijn om na te gaan wat het verzekeren van
een modaal voertuig (categorie P2/gewicht 800- 1.200kg) iemand per
dag kost. Op dit moment hanteert Assuria een indicatieve premie van
SRD 600 per jaar. In perspectief bekeken is een verzekeringsnemer
van een P2-voertuig dus gedekt ongeacht het aantal aanrijdigen dat
men veroorzaakt in dat jaar. De premie betaal je eenmalig voor een
jaar. Indien iemand eenno claim-korting heeft, dan kan die dat
uiteraard wel kwijtraken als hij vaker claimt.”

Over andere verzekeringen is hij kort: “De meeste zullen niet
worden verhoogd, maar bij de ziektekostenverzekering hebben wij dat
minder goed in de hand. Daar zijn de premies afhankelijk van de
tarieven en kosten van de gezondheidszorg.” Hij illustreert dat met
een voorbeeld: als de koers stijgt zal dit doorwerken naar de
geneesmiddelen die worden geïmporteerd en vervolgens in de
premie.

Winst en toch hogere premies

De assurantiemaatschappijen zeggen genoodzaakt te zijn de
premies aan te passen aangezien ze niet toereikend zouden zijn om
voldoende dekking te verschaffen. Maar … ze maken volgens hun
eigen jaarverslagen wel winst. Merhai: “Wij kijken naar de
resultaten per product. Het uitgangspunt is dat een product op zich
minimaal kostendekkend moet zijn. Dus als wij bijvoorbeeld bij
ziektekostenverzekering verlies lijden, omdat de premies niet
toereikend zijn om de bedrijfs- en zorgkosten te dekken, dan is de
premie te laag. Hetzelfde geldt voor autoverzekeringen: als de
kosten van reparatie en onderdelen stijgen door de koers en
inflatie en mensen maken meer aanrijdingen, dan komen de kosten
boven de premies uit. Die moeten dan omhoog om kostendekkend te
zijn. Bij brandverzekering is de situatie anders.”

De verzekeraars opereren in concurrentie met elkaar, maar de
markt is relatief klein en groeit niet. Daardoor zal de samenleving
altijd een zo laag mogelijke premie krijgen, legt Merhai uit. “Dat
is de kracht van concurrentie. Zodra er teveel ruimte is in de
premie, zal die worden weggewerkt doordat ergens in de markt een
maatschappij korting aanbiedt. Overigens, het kruissubsidiëren van
een verlieslatend met een winstgevend product is in het algemeen
niet gewenst of geoorloofd vanuit bedrijfseconomisch perspectief.
Het mag ook niet vanuit het principe van verzekeren en het toezicht
op verzekeraars.”

Dispuut

Op dit moment is er een dispuut tussen de
assurantiemaatschappijen en de laboratoria over de vergoeding die
de verzekering betaalt. Op basis daarvan moeten de verzekerden
contant betalen voor laboratoriumonderzoeken. “Ons streven is om
samen met de laboratoria te komen tot eerlijke, goed onderbouwde en
transparante tarieven op basis van gangbare rekenmodellen. Zodra
dat een feit is, kunnen wij die tarieven volledig dekken. Op dit
moment vinden wij het niet verantwoord dat tarieven eenzijdig
worden opgelegd. Ook hiervoor zijn ordening en regelgeving nodig.
In de tussentijd werken wij aan alternatieven, waarbij onze klanten
niet hoeven te betalen, maar dat kost tijd.”

Eerder hadden de assurantiemaatschappijen gezegd dat veel van
het uitgekeerde geld terechtkomt bij artsen en minder bij
zorginstellingen. “De financiering van de gezondheidszorg in
Suriname heel veel onvolkomenheden en inefficiënties. In het
huidige systeem is één van de problemen de scheve verhoudingen in
verdienmodellen. Er dient een compleet nieuw stelsel te komen en
daarvoor is er niet alleen de wil nodig maar ook bereidheid van
eenieder.”

Covid-19-uitdagingen

Om zich aan te passen aan de ontwikkelingen is Covid-19-zorg
waar mogelijk toegevoegd aan de dekking door Assuria. Bij
reisverzekeringen en bij de Surinaamse Ongevallenregeling (SOR)
bijvoorbeeld werd de dekking uitgebreid met thuiswerken.

Merhai: “Voor ons eigen personeel hebben wij uit voorzorg
thuiswerken versneld geïntroduceerd. Wij hebben onze mensen
voorzien van thuiswerkplekken en er wordt via flexibele roosters
deels vanuit huis en deels op kantoor gewerkt. Onze dienstverlening
is verder gedigitaliseerd en vergemakkelijkt, waardoor wij beter in
staat zijn zonder fysiek contact klanten van dienst te zijn. Waar
fysiek contact nodig is, hebben wij de omgeving Covid-veilig
gemaakt. Met dit alles gingen uiteraard flinke investeringen
gepaard.” Dit heeft, zegt de directeur, geleid tot omzetdaling.
Maar volgens hem is wat (is) gebeurd niet eeuwigdurend en kan
herstel plaatsvinden.

Het Assuria Highrise-gebouw te Hermitage werd in 2019 geopend om
niet alleen de Assuria-medewerkers te accommoderen, maar ook voor
commerciële activiteiten. De vrees dat door Covid-19, met daaraan
direct gekoppeld de vele lockdowns, de plannen volledig in de soep
zouden lopen, bleek niet gegrond. “De kantoorfaciliteiten in het
gebouw worden volledig benut door onszelf en door verhuur. De Food
& Beverage-faciliteiten zijn geopend en voor publiek
toegankelijk, met inachtneming van de Covid-19- regels. De
multifunctionele evenementenruimte was volgeboekt, maar toen
Covid-19 uitbrak moesten wij de boekingen annuleren. Wij hopen dat
straks weer op te kunnen pakken.”

De kans op coronabesmettingen in het gebouw is volgens de
directeur klein. “Ons hele gebouw is voorzien van state of the
art
-luchtzuivering, waardoor de risico’s voor overdracht van
het virus minimaal zijn en binnen de normen.” Merhai stelt dat het
personeel niet verplicht is zich te vaccineren. “Op dit moment zijn
wij gericht op preventie en geven wij veel informatie ook over hoe
de medewerker zelf omgaat met de risico’s. De mohanaregels zijn
verplicht en wij stimuleren actief het vaccineren. Wij zijn wel van
mening dat eenieder verantwoordelijk is voor een veilige
werkomgeving en daarbij hoort het gevaccineerd zijn.”

Fusie van de baan

Het idee van jaren geleden om Assuria en De Surinaamsche Bank
(DSB) te fuseren is losgelaten. Het speelde enkel kort in 2001
nadat Assuria de aandelen van DSB overnam van ABN AMRO. “Sinds
enkele jaren heeft DSB vier grote aandeelhouders met elk 18 procent
van de aandelen. Assuria is daar één van. De rest is in het bezit
van vele andere aandeelhouders. De samenwerking tussen de
aandeelhouders en de bank is prima.”

In 2012 vestigde Assuria zich als eerste Surinaamse financiële
instelling in het buitenland door het opzetten van een
dochtermaatschappij in Guyana. Daarna volgde één op Trinidad en
Tobago. Op dit moment bekijkt de maatschappij de mogelijkheid van
een filiaal op Curaçao. Merhai is tevreden met de ontwikkelingen
van de buitenlandse vestigingen. “Onze visie is om door te groeien
buiten Suriname.”

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Source