Verdachte 8-decemberzaak: “Van de 21 mensen leken vijf op mij”

De verdachten Iwan Dijksteel, Ernst Gefferie en Stephanus Dendoe hebben net als Desi Bouterse ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de moord van vijftien journalisten, wetenschappers en vakbondsleiders. Dijksteel beaamde dat hij zich wel in de groep bevond, die Fred Derby en André Kamperveen heeft moeten ophalen en naar het Fort Zeelandia moest brengen. De groepscommandant was Ruben Rozendaal.

De hoger beroepszaak van het 8 decemberstrafproces is uitgesteld naar 29 november. Om een betere beeldvorming te hebben zal de zitting plaatsvinden op de plaats delict zelf met name het Fort Zeelandia. De verdachten moeten eveneens daar aanwezig zijn.

Verdachtenverhoor Dijksteel
Tijdens het verdachtenverhoor maandag liet Dijksteel weten, dat hij de coördinator was van de beveiliging van de toenmalige bevelhebber Bouterse. Hij was namelijk een van de eerste personen, die men kon aanspreken wanneer het betrekking had op de veiligheid van Bouterse. Vanwege zijn functie was hij op de hoogte van de bewegingen en handelingen van Bouterse.

Hij beaamt aanwezig te zijn bij de schietoefeningen, die hebben plaatsgevonden op 7 december 1982. Een schietoefening is geen onbekend fenomeen binnen het leger en er werd geoefend met wapens, die nog onbekend waren bij de manschappen. De FAL (Fusil Automatique Léger) was een van de onbekende wapensoorten, waarmee er geoefend werd. De AC karabijn, AK-47 (aanvalsgeweer) zijn wapens die wel bekend waren.

Toen de manschappen terug waren op Fort Zeelandia, heeft Paul Bhagwandas instructies en groepen geassembleerd wie welke verdachten moest ophalen. Dijksteel liet weten dat hij niet betrokken was bij het vuurpeloton en niet heeft geschoten op de vijftien mensen. Hij wist niet eens dat er een vuurpeloton was georganiseerd.

Hij sliep en hoorde schoten. Geconfronteerd met getuigenverklaringen dat er is geschoten op de woning van André Kamperveen, zegt Dijksteel dat hij zich daarvan niets kan herinneren. Ook was hij niet aanwezig toen de Moederbond was opgeblazen. Getuigen die dat beweren kunnen zich vergissen, meent hij.

De rechter hield Dijksteel de verklaring van Onno Flohr voor, waarbij is verklaard dat Flohr heeft gezien dat Dijksteel heeft geschoten op Harold Riedewald en John Baboeram. Bij het schieten op Baboeram is zijn schedel opengebarsten. Hij heeft zijn patroonmagazijn leeggeschoten op de twee mannen, heeft Flohr verklaard.

“Flohr vergist zich duidelijk”, zegt Dijksteel. Een andere getuige, Rudi Chotkan, heeft eveneens verklaard dat alle mannen van de groep van 16 zich in het Fort bevonden. Dijksteel beweert dat hij meerdere ‘look a likes’ van hem had in het leger. Van de 21 leken vijf mensen op hem, wist hij te vertellen.

Verdachtenverhoor Stephanus Dendoe
Dendoe heeft de rechter uitvoerig proberen uit te leggen, dat hij ten tijde van de Decembermoorden niet in Fort Zeelandia was. Hij bevond zich in Wanhatti. Hiermee wilde hij aangeven, dat hij van veel niet afwist en ook niet aanwezig was bij de vermeende bijeenkomsten van de groep van 16.

Voor de Decembermoorden was hij op Cuba en na terugkomst is hij meteen naar het binnenland gegaan. Zijn vader heeft hem vele malen laten roepen, omdat hij bepaalde rituelen moest ondergaan. Familieleden hebben dit bij eerdere zittingen beaamd.

De rechter confronteerde hem met getuigenverklaringen, dat ze Dendoe wel hebben gezien in het Fort Zeelandia. De getuige, militair Sammy Monsels, heeft verklaard dat hij samen met Dendoe de verdachte Baboeram moest ophalen. Ook Flohr heeft Dendoe in het Fort gezien. Dendoe is van mening dat Flohr hem niet kent en mensen hem zeker verwarren met iemand anders.

“Monsels lijkt op mij”, zegt Dendoe op de vraag van de rechter hoe het komt dat zoveel getuigen hem wel hebben gezien in het Fort. Hij benadrukt dat hij niets af weet van het ophalen en neerschieten van mensen. Als mensen hem hebben gezien, dan hebben ze Monsels gezien die op hem lijkt.

De waarnemend procureur-generaal, Carmen Rasam, vroeg echter hoe het zou kunnen dat Dendoe op Monsels lijkt, terwijl het zelfs Monsels is die zegt dat Dendoe in het Fort was. Hoe dan?, vraagt ze. Dendoe vindt dat Flohr wraak neemt, omdat zijn partner Roy Horb is opgehangen in zijn cel.

Verdachtenverhoor Ernst Gefferie
Gefferie liet meteen weten helemaal niet betrokken te zijn bij activiteiten van 7, 8, 9 december. Roy Tolud is hem komen ophalen, zodat ze gezamenlijk de vakbondsman Cyrill Daal konden ophalen. De opdracht was gegeven door Bhagwandas. Gefferie is wel gegaan naar de schietoefening. Gefferie legt uit dat hij samen met Tolud, Daal heeft afgegeven aan de Militaire Politie. Daarna is hij naar de Marinebasis gegaan.

De fungerend hofpresident, Dinesh Sewratan, hield Gefferie voor dat hij terugkomt op zijn verklaring die hij eerder heeft gegeven. Zo heeft hij bij de rechter-commissaris aangegeven, dat hij Daal niet had opgehaald. Nu geeft hij toe dat hij de vakbondsleider heeft opgehaald. Hij kon niet aangegeven waarom hij eerder heeft gelogen.

Gefferie werd geconfronteerd met een getuigenverklaring, dat die Gefferie heeft gezien bij het inladen van de lijken van de vijftien mannen. “Klopt helemaal niet”, zegt Gefferie. “Ik was bij de Marine, hoe kan je komen en gaan?” zegt hij.

Hij wist helemaal niet dat de mannen vermoord waren. Dit kwam hij pas te weten toen hij thuis was. Zijn vrouw zette de radio aan en zo kreeg hij te horen dat vijftien mannen waren doodgeschoten.

Generated by Feedzy