‘Unieke vondst’ met Romeinse resten bij opgravingen in Groningen

De opgravingen dicht bij Adorp in Groningen zijn inmiddels vier weken bezig en nog steeds wordt er volgens de opgravingsleider André Pleszynski „uitzonderlijk veel aardewerk” gevonden uit de Romeinse tijd.

De meest bijzondere vondst is tot nu toe een Alesia-fibula, een mantelspeld gedragen door een Romeinse soldaat. „In deze regio zijn er nog bijna geen enkele mantelspelden van Romeinse soldaten gevonden”, vertelt Pleszynski. De grens van het Romeinse rijk lag dan ook wat zuidelijker, ongeveer tot halverwege Utrecht in Nederland. „Maar er werd natuurlijk veel gehandeld tussen mensen boven de limes [grenzen, red.] en inwoners van het Romeinse rijk”, legt de opgravingsleider uit. Vondsten van Romeinse origine komen daardoor vaker voor, maar een Alesia mantelspeld is op deze locatie volgens hem uniek.

230 meter

De komst van een nieuwe doorfietsroute tussen Winsum en Groningen is de oorzaak van de nieuwe archeologische vondsten. Hiervoor wordt een nieuwe sloot gegraven, dwars door een wierde – een heuvel die ooit is opgeworpen voor bewoning, om ook bij hoog water droog te blijven.

MUG Ingenieursbureau stelt de archeologische vondsten die gedaan worden veilig. Daarvoor graaft Pleszynski met zijn team 230 meter uit. „We hebben nu zeventig meter gehad op anderhalve meter diepte en we moeten nog zo’n anderhalve meter.” In lagen van 20 centimeter grond verzamelen de onderzoekers het materiaal om de inhoud te onderzoeken.

De gevonden Alesia-fibula. Foto MUG/Provincie Groningen/BAM Infra

Hoe de mantelspeld van een Romeinse soldaat op die plek is beland, is niet duidelijk. „Het kan dat hij daar gewoon gehandeld heeft, maar het is ook mogelijk dat hij na zijn pensioen op deze wierde heeft gewoond”, mijmert Pleszynski. „Dat laatste vind ik het meest romantische idee: dat de soldaat na zijn drukke leven in het Romeinse leger lekker ging rentenieren in het noordelijke kustgebied.”

Verlaten wierde

De locatie is ook bijzonder omdat die sinds de tweede eeuw na Christus niet meer werd bewoond. „Vaak bleven wierden en terpen bewoond, maar deze niet. Daardoor zijn er geen verstoringen van vondsten uit moderne tijden of uit de middeleeuwen. Dat is vrij uniek.” De onderzoekers denken dat de bewoners de wierde verlieten omdat de nabije geul dichtslibde, vertelt Pleszynski. „Misschien was er daardoor geen goede haven meer mogelijk. Maar dat moeten we nog onderzoeken.”

Pleszynski weet nog niet hoe ver terug de vondsten zullen dateren; voorlopig graaft hij nog steeds in de Romeinse tijd. „Misschien woonden mensen op deze wierde vanaf de Late IJzertijd. We weten het nog niet, we zijn in elk geval nog niet op de bodem.”

Source