Titanicgevoel op Ameland

In Turkije en Griekenland woeden branden door de hitte en de droogte, vakantiegangers moeten geëvacueerd worden, in Italië is het ook niet te harden, en ik dacht: hoe zou het op Ameland zijn? Half juni was ik er een paar dagen, precies de dagen dat het in Nederland ook zo warm was, veel te warm voor de tijd van het jaar, en op een middag raakte ik tegen zessen verzeild in Beachclub The Sunset, op de uiterste westpunt van het eiland. Ze hebben daar een terras met loungebanken en die loungebanken, hip wit, zijn gegroepeerd rond op gas gestookte open haarden. Het begon nog niet af te koelen of ze werden al met een druk op de knop aangezet. Reuzegezellig natuurlijk, maar ik kreeg er wel een Titanicgevoel bij. Het schip is lek, we blijven dansen. Denk eens aan het klimaat, mensen.

Dat gevoel werd sterker toen een paar weken later het hele strand daar vol lag met mosdierlijkjes, miljarden mosdierlijkjes. Ik had ze in juni ook al gezien, maar in juli schijnt het echt verschrikkelijk te zijn geweest. In kniehoge bergen lagen ze te rotten. Ecologen vermoeden dat het warme zeewater bij de Wadden weleens de oorzaak zou kunnen zijn. De diertjes planten zich beter voort, groeien harder en spoelen gemakkelijker los van de stenen en schelpen waarop ze leven.

Zondag was ik weer op Ameland om eens wat rond te vragen. Ben ik de enige die op gas gestookte open haarden in de buitenlucht lastig vindt? Hebben die dooie diertjes nog mensen aan het denken gezet? Het regende toen ik van de boot kwam en op de fiets naar de westpunt had ik keiharde wind tegen. Ik vond al die fietsers met batterijen op hun bagagedragers om me heen stom en al die pubers op hun Spyder Weelz (motorbanden, trappen overbodig) nog stommer – tot de zon doorbrak. Ach, wat lachte iedereen toch vrolijk naar elkaar, en ook naar mij, en die jongens en meisjes op hun Weelz – een lol dat ze hadden. De open haarden in The Sunset waren allemaal aan, maar ik had het hart niet om ook maar íemands humeur te verpesten met vervelende opmerkingen. Bovendien waren die mosdiertjes op het strand bij Nes aangespoeld, aan de andere kant van het eiland. Dáár had het stront en zwavel gestonken, niet hier.

Ik naar Nes. Keihard wind mee. Informatie ingewonnen bij drie horeca-uitbaters. De eerste zei: alles is toch allang opgeruimd? De tweede: nergens last van gehad. En de derde: dat verhaal is door de media opgeklopt. Even zag ik de hotelbaas in Visconti’s filmklassieker Dood in Venetië voor me, die met zijn fluwelen ogen en zalvende stem tegen zijn gasten blijft zeggen dat er niets aan de hand is, ook al ontvluchten de bewoners de stad en liggen de lijken op straat.

Nou ophouden, zei ik tegen mezelf. In de film is de cholera uitgebroken en in die tijd, rond 1900, stierven mensen dan nog als ratten. Dit hier op Ameland, dit is iets heel anders. Hier is eigenlijk niets aan de hand, niets dat je nu kunt zien.

Source