Surinamers over 46 jaar staatkundige onafhankelijkheid: “liever waren we in handen van de ‘witte man’ gebleven”

Suriname herdenkt vandaag 46 jaar staatkundige onafhankelijkheid. In dit kader laat Suriname Herald enkele burgers aan het woord over hun ervaring met de onafhankelijkheid of hun zienswijze over de ‘onafhankelijke’ jaren in Suriname.

“Ik was me niet ervan bewust, maar ik ging met mijn mensen mee. Achteraf gezien hadden ze liever geen onafhankelijkheid genomen. Dan was Suriname samen met Frans-Guyana een overzees gebied op het Zuidelijk halfrond. De struggle die mensen hebben in Suriname is groot. Met mijn Nederlands paspoort heb ik de halve wereld afgereisd,” zegt de 51-jarige Ludwig Noslin die in Suriname geboren is.

Vage herinneringen
Ik was een kleine jongen en mij van niets bewust. Mi no ben sabi noti fu grontapu. Ik was opgroeiende. Ik kan me niets herinneren als elfjarige toen. Ik hield mij niet bezig daarmee. Ik pendelde tussen families onderling. Ik kan niets voor de geest halen over de onafhankelijkheidsviering op school in die dagen. Ik ben in een andere fase, waarbij ik me niets kan herinneren. Als ik die fase moet aanhalen, wordt het een lang verhaal,” zegt ex-militair Waldo Jameson, nu 57 jaar.

Jur Geffrey had ook graag gezien dat het land liever in handen van de ‘witte man’ was gebleven. “Ze konden het land voor de blanken laten. Ze hebben niets van Suriname gemaakt. Kijk naar het niveau van Curaçao, Frans-Guyana en Sint Maarten. Als we nog een kolonie waren, zouden we betere volksgezondheid en onderwijs hebben. De leiders van toen waren zakkenvullers. Een kleine kliek heeft in 1975 bepaald voor het hele land. Ze hebben toen de verkiezingen gewonnen en ook hun wil doorgedrukt,” stelt Geffrey. Als redding voor Suriname is hij voorstander van een zakenkabinet.

Stadsgebeuren
Bea Lachhunsing (57) zegt: “Ik was twaalf jaar en net op de muloschool. Het was heel vaag voor ons in Saramacca. We hadden niet eens stroom. Onafhankelijkheid in 1975 was echt een stadsgebeuren en onbereikbaar voor ons in Saramacca. Toen konden we van alles kopen in de winkel, wat ook in Nederland verkocht werd. Vooral de lekkere bakkeljauw,” herinnert zij zich. Lachhunsing zegt dat alles langzaam veranderd is.

“Nu na 46 jaar is het triest. Onze eigen mensen die aan de macht zijn, hebben ons verarmd. Het is pijnlijk om te beseffen dat een kleine groep medeburgers zichzelf verrijkt met de bodemschatten in plaats die in te zetten voor ons allemaal. Om productiesectoren te ontwikkelen, om goed onderwijs te ontwikkelen in het gehele land, zodat burgers een goede baan kunnen hebben en een menswaardig bestaan opbouwen. Wij zijn afhankelijk van het buitenland, maar meer nog van de macht van de verschillende regeringen. Onafhankelijkheid is nog steeds onbereikbaar voor de grote massa na 46 jaar.”

Sandra Boston (60): “Binnen de 46 jaar onafhankelijkheid van dit mooi land, heb ik Suriname één stap vooruit zien gaan en vijf stappen achteruit. Kijk maar naar de economie. De rijken worden rijker en de minstbedeelden verzuipen. Alle regeringen zitten voor eigen belang. Dit is de ellendigste regering die ik ooit heb meegemaakt,” zegt Boston over 46 jaar staatkundige onafhankelijkheid.

Naomi Hoever


Source