Russische mensenrechtenveteraan Kovaljov (91) overleden

Zestig jaar lang was Sergej Kovaljov een centrale figuur in de strijd voor mensenrechten in de toenmalige Sovjet-Unie en Rusland. De wetenschapper, dissident en onvermoeibare politiek activist overleed maandagochtend in zijn slaap in Moskou, meldde zijn enige zoon Ivan op Facebook. De gelauwerde mensenrechtenveteraan was daarmee een kalmere – en aanzienlijk latere – dood gegund dan veel van de mensen voor wie hij zich tijdens zijn leven heeft ingezet.

Sergej Adamovitsj Kovaljov werd in 1930, enkele jaren voor Stalins Grote Terreur, geboren in het dorpje Seredina Boeda in het oosten van Oekraïne. Algauw verhuisde zijn familie naar de regio rond Moskou, waar hij als tiener regionaal bokskampioen werd en zich aan de Moskouse staatsuniversiteit specialiseerde in biofysica. Hij studeerde met glans af en zou in later jaren tientallen wetenschappelijke artikelen publiceren in zijn vakgebied. Tegelijkertijd raakte hij betrokken bij de opkomende mensenrechtenbeweging in de Sovjet-Unie.

In 1969 was Kovaljov medeoprichter van de Groep voor de bescherming van de mensenrechten in de Sovjet Unie, de eerste onafhankelijke organisatie met dit doel in de Sovjet-Unie. Deze groep documenteerde mensenrechtenschendingen, zoals het gebruik om dissidenten in psychiatrische inrichtingen op te sluiten, en ondersteunde politieke gevangenen als Aleksandr Solzjenitsyn en Vladimir Boekovski. De geheime verslagen hiervan werden verspreid via clandestiene uitgeverijen – de samizdat – vanwaar zij hun weg vonden naar de Verenigde Naties en de westerse pers.

Arrestatie

In 1974 maakte de KGB een eind aan Kovaljovs mensenrechtenwerk. Hij werd in Moskou gearresteerd, veroordeeld in Vilnius wegens anti-Sovjetagitatie en zat zeven jaar vast in Perm-36, een Goelag-werkkamp in de Oeral. Na die straf volgde interne ballingschap in het afgelegen oosten van de Sovjet-Unie. In 1986, een jaar nadat de hervormingsgezinde Sovjetleider Michail Gorbatsjov was aangetreden, kreeg Kovaljov toestemming terug te keren naar Moskou. Daar was hij medeoprichter van Memorial, een organisatie die zich inzet voor de nagedachtenis en rehabilitatie van de miljoenen mensen die in de Sovjetjaren waren vervolgd, geëxecuteerd en vermalen in de Goelag, het netwerk van straf- en werkkampen. „De Goelag bestaat nog altijd in de Russische mentaliteit, in haar bereidheid propaganda en leugens te accepteren, en in haar onverschilligheid tegenover het lot van zijn mensen en de misdaden van de regering”, zei Kovaljov erover in 2015.

Na zijn vrijlating publiceerde hij een niet aflatende stroom artikelen waarin hij waarschuwde voor het totalitarisme en was betrokken bij de oprichting van tal van andere initiatieven, waaronder het Sacharov Fonds en de Moskouse afdeling van Amnesty International. Tussen 1993 en 2003 zat hij in de Doema, de Russische Tweede Kamer, en werkte hij als adviseur van president Boris Jeltsin. Met afschuw zag hij hoe die zich stortte in een militair offensief tegen de opstandige deelrepubliek Tsjetsjenië. Met zijn berichten vanuit de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny pookte hij de publieke opinie op tegen de oorlog, wat hem zijn positie in de Doema kostte.

Vanaf 2000 zag hij zijn land verder afglijden, in de autoritaire handen van Vladimir Poetin. Hij was een scherp criticus van diens beleid dat met de jaren steeds repressiever is geworden. Poetins antwoord kwam in 2013, toen Memorial als een van de eerste organisaties van het land tot ‘buitenlands agent’ werd bestempeld vanwege buitenlandse financiële steun die de organisatie ontving. „Wat is Poetin?”, vroeg Kovaljov zich in een interview in 2015 hardop af. „Een niet zo heel belangrijke KGB-agent, die een niet zo briljante carrière had gemaakt op zijn afdeling, maar die deze afdeling nu voor 100 procent vertegenwoordigt. Is er een probleem met Poetin? Is de huidige situatie uitsluitend de schuld van Poetin? Ik denk van niet, ik denk dat het onze eigen schuld is.”

Twee termijnen

Kovaljov was in de jaren negentig coauteur van de eerste Russische grondwet. Helaas zag ook hij een kleine onzorgvuldigheid in de tekst over het hoofd, eentje met verstrekkende gevolgen voor het huidige Rusland. „Er staat [in de grondwet] dat de president zijn functie niet langer dan twee termijnen kan vervullen”, zei Kovaljov in een interview met dagblad Kommersant in 2018. „Daar hadden we moeten stoppen met schrijven, maar de een of andere duivel slaagde erin om er nog de woorden ‘achterelkaar’ aan toe te voegen. En dat is verschrikkelijk. Vladimir Poetin houdt zich nu vast aan dat ene woord. Ik weet niet wat hij in 2024 gaat doen, maar ik weet zeker dat hij ermee op de proppen zal komen”, somberde hij.

Het duurde geen zes, maar twee jaar na die uitspraken voordat Poetin zijn kans greep. In 2020 kwam de president met een reeks amendementen van de grondwet, waardoor Poetins voorgaande termijnen niet meer werden meegeteld en hij nog tot 2036 aan de macht kan blijven.

Lees ook over de grondwetswijzigingen die Poetin aan de macht houden tot 2036: ‘Poetin zal slechts een klein deel van mijn leven bepalen’

Source