Regering en DNA aangemaand haast te maken met wijziging Kiesregeling

Sinds de uitspraak van het Constitutioneel Hof op 5 augustus dat de artikelen 9 en 24 van de Kiesregeling onverbindend en in strijd zijn met de Grondwet hebben regering en parlement bitter weinig gedaan om dit te corrigeren. De wijziging om de wetgeving te laten voldoen aan de eisen moet ruim vóór de verkiezing van 25 mei 2025 plaatsvinden. Het uitstellen van de stembusgang is geen optie. Niet alleen zou dat in strijd zijn met de Grondwet, maar het zou ook kunnen leiden tot desastreuze sociale, politieke en economische gevolgen tot zelfs burgerlijke ongehoorzaamheid.

door Wilfred Leeuwin

Tijdens een maatschappelijke discussieavond gefaciliteerd door het Centrum voor Democratie en Rechtspraak maandagavond in de Ballroom van Hotel Torarica bleken er slechts twee opties te zijn: kiezen voor een voorlopige voorziening waarbij slechts de twee artikelen in de Kiesregeling in lijn worden gebracht met de Grondwet of grondige wijziging van beide wetten. De vraag blijft dan op welke manier die moet plaatsvinden.

Uit het publiek werd de vraag gesteld wat er kan gebeuren als de regering en het parlement zich niet beijveren en tot het besluit komen dat de zittingstermijn van de regering-Santokhi wordt verruimd. NPS-parlementariër Patricia Etnel heeft hiervoor gewaarschuwd en gezegd dat alertheid is geboden omdat dit niet is uitgesloten binnen de wettelijk mogelijkheden.

 Er moet daarbij rekening worden gehouden met de uitspraak van het Constitutioneel Hof, dat bij het wijzigen van de Kiesregeling moet worden uitgegaan van het ‘one person, one vote’-principe.

Ze wees onder meer op het uitroepen van de noodtoestand, zeker omdat de wet Burgerlijke uitzonderingstoestand nu nog van kracht is. Deze wet is tijdens de coronapandemie ingesteld en biedt de regering de mogelijkheid om burgers tijdelijk hun grondwettelijke vrijheden en rechten te ontnemen. Muntslag-Essed stelt dat voldoende maatschappelijke druk zal moeten worden uitgeoefend om het niet zover te laten komen.

Twee hoofdopvattingen

Naast presentaties van een panel dat bestond uit de juristen Hugo Fernandes Mendes en Serena Muntslag-Essed, politicoloog Hans Breeveld en Lothar Boksteen, die jarenlang voorzitter is geweest van het Centraal Hoofdstembureau, hebben de parlementaire politieke partijen zich uitgesproken.

Uit zowel presentaties als de bijdrage van de politieke partijen blijkt dat de voorkeur uitgaat naar een grondige herziening van het Kiesstelsel en de Grondwet en de invoering van een gemengd kiesstelsel. NDP en Pertjajah Luhur moeten, nadat zij deze kwestie zullen hebben besproken met hun partij- structuren, een standpunt bepalen.

Alleen de Kiesregeling in lijn brengen met de Grondwet zal er binnen enkele jaren toe leiden dat het Constitutioneel Hof weer een uitspraak moet doen over de rechtvaardigheid van het stelsel. Dit, ook omdat de Grondwet niet meer voldoet aan de eisen van de tijd en al langer dan 35 jaar terug had moeten worden gewijzigd.

Volgens Fernandes Mendes en Muntslag-Essed heeft de regering niet sinds de uitspraak van het Constitutioneel Hof op 5 augustus dit jaar, maar tientallen jaren eerder voldoende materiaal aangeleverd gekregen om binnen een redelijke termijn vóór de verkiezingen de Kiesregeling en de Grondwet te wijzigen. Er zal nú een keus moeten worden gemaakt.

Muntslag-Esssed meent dat als de politieke wil aanwezig is dat binnen drie maanden kan worden gedaan. Zij komt tot de slotsom dat uiterlijk juli 2023 het Kiesstelsel moet zijn gewijzigd. Ze stelt ook dat, in de discussie die nu wordt gevoerd, belangrijk is na te gaan wat politiek en maatschappelijk aanvaardbaar is om in het parlement een tweederde meerderheid te behalen voor het wijzigen van de twee wetten. Er moet daarbij rekening worden gehouden met de uitspraak van het Constitutioneel Hof, dat bij het wijzigen van de Kiesregeling moet worden uitgegaan van het ‘one person, one vote’-principe.

Hoewel in de gemeenschap en bij politieke partijen de meningen verdeeld zijn, ziet zij twee hoofdopvattingen: minimale wijziging van de artikelen 9 en 24 van de Kiesregeling en grondige wijziging zowel hiervan als de Grondwet. De jurist stelt dat “wanneer we na 35 jaar tot de slotsom komen dat het huidige Kiesstelsel en de Grondwet niet voldoen, moet worden geconcludeerd dat wij dit niet langer kunnen accepteren”.

Gecombineerd of gemengd stelsel

Breeveld heeft uitgelegd dat alle aanpassingen van het Kiesstelsel de afgelopen jaren een gevolg zijn geweest van onbehagen sinds de eerste verkiezingen in 1866 op basis van het censuskiesrecht. Volgens dat stelsel mocht slechts 0,5 procent van de bevolking deelnemen aan de verkiezingen. Daarna kwamen er steeds andere kiesstelsels met beperkingen.

Boksteen gaf een cijfermatige prognose over de uitbreiding of het verminderen van het aantal parlementszetels. Eén van zijn opties, die overigens door alle andere sprekers en ook door het publiek werd ondersteund, is dat er een kiesdrempel van tussen de twee tot vijf zetels wordt toegekend aan politieke partijen. Breeveld pleitte voor minder politieke partijen. De voorwaarden hiervoor moeten mede onderdeel zijn van de nieuwe Kiesregeling en de Wet op politieke partijen.

Fernandes Mendes heeft zijn inzichten gegeven over een gecombineerd of gemengd stelsel, waar het merendeel van de politieke organisaties voorkeur aangeeft. Hij heeft tijdens de discussie met het publiek gezegd dat de eis voor ontwikkeling van achtergestelde gebieden niet als voorwaarde moet worden opgeworpen om het Kiesstelsel te wijzigen. De begrippen ‘achtergestelde gebieden’ en ‘ontwikkeling’ zijn veel ruimer en gelden volgens hem niet per definitie voor het achterland of waar ‘sommige Surinamers’ woonachtig zijn. Die voorwaarde moet worden gesteld aan andere instrumenten binnen de ontwikkelingsmogelijkheden van Suriname.

Alle inleiders waren van mening dat in een nieuw Kiesstelsel moet worden afgezien van ressortraadsleden. Het districtsbestuur moet worden verzelf- standigd en districtscommissarissen zullen door de bevolking van het district moeten worden gekozen. Er moet dus sprake zijn van een landelijke en een regionale verkiezing. Overigens, in de nieuwe Grondwet moet duidelijk staan wat de werkelijke positie is van de president ten opzichte van het parlement. In de huidige wetgeving is dat niet het geval.

Generated by Feedzy