Parmessar: “Meer aan de hand in zaak vervalste reçu’s”

Er is meer aan de hand in de reçu fraudezaak bij het ministerie van Financiën en Planning, is de fractievoorzitter van de NDP, Rabin Parmessar, van oordeel. Parmessar merkt tegenover Suriname Herald op, dat het parlement juist het orgaan is dat een controlerende taak heeft. Zij is niet eens geïnformeerd, dat er sprake was van vervalste betaalopdrachten bij het ministerie van Financiën en Planning.

Pas toen NDP-parlementariër Melvin Bouva, om duidelijkheid vroeg heeft de regering bevestigd dat er inderdaad uitbetaling heeft plaatsgevonden van minimaal SRD 40,9 miljoen door de Centrale Bank van Suriname (CBvS). De korte uitleg die de regering heeft gegeven in het parlement heeft meer vragen doen rijzen. De NDP- en BEP-fractie hebben daarom bij de voorzitter van het parlement een spoedvergadering aangevraagd waar ze meer duidelijkheid wensen.

Er is nog zoveel onduidelijkheid. Zo vraagt Parmessar hoe het mogelijk is dat de fraude is ontdekt door de CBvS en niet door het ministerie zelf. Hij legt uit dat iedere ochtend de minister van Financiën en Planning een overzicht krijgt van de tegoeden van de staat, die bij de bank liggen. Het is begrijpelijk om te weten hoeveel geld je hebt en welke uitgaven gepland kunnen worden op basis van beleid. Na afstemming met de minister wordt een betaallijst opgemaakt en de minister geeft de opdracht voor betalingen. “De minister is degene in de driver’s seat,” benadrukt Parmessar.

De NDP-fractieleider legt verder uit dat iedere middag de CBvS een overzicht van de bedragen krijgt, die zijn gestort op de rekeningen en de betaallijsten. Er zijn hard copies en mailwisselingen. Het verbaast hem daarom hoe het mogelijk is dat er niet meteen een rood lampje is gaan branden bij de eerste diefstal op 25 april toen de eerste betaalopdracht werd gedaan van SRD 14 miljoen. Er volgt dan ook weer een tweede betaalopdracht op 14 juni van SRD 26,9 miljoen. Het is bij uitstek de CBvS, die alarm heeft geslagen en de betaalopdracht heeft gestopt.

Parmessar vraagt zich af wat er sinds 28 juni is gedaan na de ontdekking. Waarom heeft men niet meteen ingegrepen door de verdachten op te pakken en te verhoren? De mensen kunnen gemakkelijk getraceerd worden, omdat je kan zien op wiens rekening de gelden zijn gestort. Hij blijft erbij dat het parlement eerder geïnformeerd had moeten worden en desnoods in een comité-generaal.

In het kader van het onderzoek zouden leidinggevenden en de minister thuis gezet moeten worden. Dit in het belang van het onderzoek. Dit is de werkwijze bij iedere organisatie, instelling en bedrijven. Hij hoopt dat alle parlementariërs wel iets van zich laten horen over deze kwestie, omdat het nu geen partijbelang maar een nationaal belang betreft.

Source