Mag dat eigenlijk wel: demissionair nieuwe staatssecretarissen benoemen?

Alsof er niks aan de hand is hebben we er sinds deze week een nieuwe minister en twee nieuwe staatssecretarissen bij. In een kabinet dat in januari het vertrouwen van de Kamer verloor en vijf maanden na de verkiezingen.

Mag dat wel? Staatsrechtdeskundigen die de NOS sprak betwijfelen dat. Zij wijzen erop dat een demissionair kabinet – net als een gewoon kabinet – staatssecretarissen en ministers mag benoemen, maar dat hier wel een belangrijke voorwaarde aan verbonden is. De benoemde bewindslieden mogen niet gelijktijdig ook Kamerlid zijn. En dat is bij Wiersma, Weyenberg en Yesilgöz-Zegerius wel het geval.

Hoe zit dat precies? Door een uitzonderingsregel mogen de bewindslieden uit het ‘oude’ kabinet, zoals demissionair premier Rutte zelf, wel tegelijkertijd Kamerlid zijn. Dit geldt zolang de formatie duurt.

Die regel bestaat al decennia en heeft vooral praktische redenen: afgetreden bewindslieden moeten als Kamerlid mee kunnen doen aan de nieuwe verkiezingen. Maar die uitzonderingsregel geldt niet voor ‘nieuwe’ bewindspersonen. Die kiezen er voor om in een demissionair kabinet te gaan zitten en zouden – denken de geleerden – dus hun Kamerzetel moeten opgeven. Maar uiteraard kijken ze wel uit: dan zijn ze na de formatie mogelijk hun baan kwijt.

Volgens Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis, heeft het demissionaire kabinet de grondwettelijke regels met de drie benoemingen stilzwijgend opgerekt. En dat komt volgens hem de geloofwaardigheid van het kabinet niet ten goede. “Wij als burgers moeten ons ook aan allerlei wetten houden. Dat geldt ook voor het kabinet”, zegt Van den Braak.

Source