Klimaatdoelen of niet, steenkolen blijven voorlopig nodig voor India’s economie

Met een bachelordiploma en atletiekmedailles kun je de armoede ontstijgen. Althans, dat hoopte de 23-jarige Vijay Kumar Avani. Toch is hij ‘s ochtends vroeg voor minder dan een minimumloon steenkolen aan het sjouwen. Niet eens in dienst van het staatsmijnbedrijf, dat 50 meter verderop grote drilmachines opereert en vrachtwagens vol van het zwarte goud aan grote staalfabrieken levert.

Net als al zijn dorpsgenoten bij de plaats Jharia, in het oosten van India, verzamelt Vijay overgebleven steenkolen uit restmateriaal. Via tussenhandelaren komen deze steenkolen terecht bij huishoudens, restaurants en kleine fabrieken.

Overal gas

Het restmateriaal wordt ‘s nachts vlak bij het dorp van Vijay gedumpt, waar het een heuvel vormt. Overal komt rook uit de grond rond de heuvel en uit de heuvel zelf. Het is methaangas, een schadelijk broeikasgas dat door de winning van steenkolen vrijkomt. Bij mensen die er grote hoeveelheden van inademen kan het verstikking veroorzaken.

Met het restmateriaal wordt het ook naar de rand van Vijay’s dorp gebracht. Geen van de dorpelingen draagt mondkapjes of sjaals voor mond en neus. Veel van hen zeggen dat ze het gewend zijn. “Het is zeker schadelijk”, zegt Vijay. “Maar we zijn volledig afhankelijk van dit werk. We kunnen ook nergens anders wonen.”

Het is de Indiase economie in het klein. Vervuilend, schadelijk voor de gezondheid, maar zonder alternatief. Want hoewel India ambiteuze klimaatdoelen heeft, zegt het steenkolen voorlopig niet te kunnen opgeven. Bij de klimaattop in Glasgow vorig jaar zorgde het land ervoor dat in de akkoordtekst alleen werd gestreefd naar een verminderd verbruik.

De meeste experts verwachten dat niet-fossiele energiebronnen het vanzelf gaan overnemen in India, omdat energie uit zonnepanelen nu al goedkoper is dan die uit warmtecentrales. In 2030 moet 65 procent van alle energie die opgewekt kan worden van niet-fossiele bronnen zijn; een doel dat steeds naar boven wordt bijgesteld, omdat het in Parijs gestelde doel van 40 procent al gehaald is.

Meer kolen nodig

Toch worden er ook nog steeds nieuwe steenkolenmijnen geopend en nieuwe warmtecentrales gebouwd. Want de economie blijft groeien en daarmee ook de energiebehoefte. Die neemt de komende jaren naar schatting gemiddeld 7 procent toe. En hierdoor zijn voorlopig steeds grotere hoeveelheden steenkolen nodig, al neemt het aandeel van de fossiele brandstof in de energieopbouw af.

Dat de economie moet blijven groeien, wordt pijnlijk duidelijk in het verhaal van Vijay. Er zijn ambities en kansen die voor het grijpen lijken te liggen, maar toch nog niet binnen handbereik zijn.

“Er zijn geen banen hier in de regio, niet in de private sector en ook niet bij de overheid”, zegt hij. “Ik heb het heel hard geprobeerd, maar het is niet gelukt. En dus doe ik dit werk weer. Ik heb geen vader meer, alleen ik ben er om voor mijn moeder te zorgen.”

Zwaar werk, amper nachtrust

In totaal zijn in India naar schatting 4 miljoen mensen voor hun inkomsten afhankelijk van de steenkolenindustrie, direct of indirect, zoals Vijay en zijn moeder Bhanu.

“Rond middernacht schrapen we de steenkolen bij elkaar. Daarna slaap ik een paar uur, en om 05.00 uur beginnen we de kolen naar het dorp te dragen.” Vijay draagt de kolen in een zak op zijn hoofd de heuvel af, waar Bhanu de zak overneemt en naar het dorp draagt. Daar steken ze het in brand om de kwaliteit te verbeteren en de volgende dag aan tussenhandelaren te verkopen.

Die komen langs dorpen als deze met fietsen die ze bomvol kolen laden, té vol om er nog mee te kunnen fietsen. Ze lopen er kilometers ver mee. Vijay en zijn moeder verdienen zo maandelijks met zijn tweeën zo’n 120 euro.

Vervuilde lucht

De brandende kolenstapels maken de luchtkwaliteit in het dorp nog slechter. Ook koken de meeste mensen binnenshuis met steenkolen, omdat gas te duur is. Elektriciteit hebben ze wel, maar er zijn regelmatig stroomstoringen.

Vijays buurmeisje Payal (17) vertelt dat ze zich veel zorgen maakt om haar veiligheid. Niet alleen vanwege de luchtkwaliteit, maar ook omdat de grond waarop haar huis staat door de nabijheid van de staatsmijn en ondergrondse kolenbranden niet stabiel is. “In een ander dorp zijn huizen ingestort en mensen overleden”, weet ze.

Zulke incidenten gebeuren inderdaad geregeld. De overheid heeft een deel van de inwoners geëvacueerd naar nieuwgebouwde flats op een andere locatie. Maar veel inwoners weigeren te vertrekken, omdat ze een flat onvoldoende compensatie voor hun verloren land vinden of omdat ze bang zijn op de nieuwe locatie geen werk te kunnen krijgen.

“Zonder kolen hebben we niets”, zegt Vijay. Hij wil daarom ook niet dat de mijn sluit, ondanks de gezondheisrisico’s. Wel blijft hij proberen een overheidsbaan te bemachtigen. “Over een paar maanden komen er nieuwe vacatures, die zijn gereserveerd voor kandidaten met sportprestaties”, weet hij.

Wanneer hij om 07.00 uur klaar is met het sjouwen van kolen, rent hij daarom direct door naar een veld om te trainen. “Dit is een kans voor mij. Maar zolang ik geen baan heb, doe ik dit werk.”

Generated by Feedzy