Hoe verdeel je 1500 miljard? En andere vragen over het nieuwe pensioenstelsel

Met ruim 3,5 miljoen gepensioneerden, bijna zes miljoen werkenden en 1500 miljard euro aan pensioenvermogen zijn de belangen gigantisch. De overstap naar het nieuwe pensioenstelsel is een enorme operatie waarover al bijna vijftien jaar wordt gesproken. Vandaag debatteert de Tweede Kamer erover.

Het gaat om een stelsel waarin de pensioenen meer gaan meebewegen met de beurs. En dat maakt het spannend, want juist nu de politiek knopen doorhakt, is de onzekerheid op financieel en economisch vlak groot. Ook zijn er veel vragen over hoe de 1500 miljard aan pensioenvermogen eerlijk verdeeld kan worden. Het moet in één keer goed gaan.

Vijf vragen en antwoorden over de overgang naar het nieuwe stelsel.

Waarom dit nieuwe stelsel?

Het huidige pensioenstelsel heeft het in de internationale ranglijstjes altijd goed gedaan. Toch is er een belangrijk nadeel als de rente al decennia vooral daalt, want de rente speelt een doorslaggevende rol bij het mogen verhogen van de pensioenen. Dat werd de afgelopen jaren steeds lastiger uit te leggen. Economisch en op de beurs ging het goed, maar omdat de rente daalde, bleven de pensioenen bij veel fondsen stilstaan.

Ook sluit het huidige stelsel om verschillende redenen niet aan op een arbeidsmarkt die veel flexibeler is dan vroeger. Ook daar zijn aanpassingen gedaan. Zo wordt het minder nadelig om halverwege je loopbaan als zzp’er door te werken, en moeten er meer opties komen voor werkenden die nu geen aanvullend pensioen opbouwen.

Wat is het belangrijkste verschil tussen het huidige en het nieuwe stelsel?

Pensioenfondsen bewaren hun vermogen nu in één grote pot. Bij een lage rente moeten ze volgens de rekenregels meer geld in die pot houden, om zo zekerder te weten dat ze de pensioenen in de toekomst kunnen betalen. Dat betekende tot voor kort geen ruimte voor een hoger pensioen om voor inflatie te compenseren en hier en daar moest zelfs gekort worden.

Straks krijgt iedereen binnen het fonds een eigen pensioenpot. Dat is op het eerste oog een stuk overzichtelijker. Naast de pensioenpremie die je inlegt, bepalen resultaten op de beurs dan of dat potje groter wordt of juist kleiner. De rente speelt nog wel een rol, maar wat meer op de achtergrond.

Een eigen pensioenpot? Wat komt daarin?

Dat is momenteel de grote vraag. Er is niemand die het precies kan zeggen. Pensioenfondsen gaan de komende jaren uitrekenen wie welk deel van het opgebouwde pensioenvermogen in zijn of haar pot krijgt. Dat is een ingewikkelde rekensom. Omdat het nieuwe stelsel voor bijvoorbeeld veertigers nadelig uitpakt, zullen zij daarvoor gecompenseerd moeten worden met wat extra geld. Maar oudere generaties willen graag ook wat extra’s om weer te compenseren voor het koopkrachtverlies in de afgelopen karige jaren.

Een groep van tientallen oud-politici, oud-bestuurders en pensioenexperts schreef een brandbrief aan de Tweede Kamer die er niet om liegt. Ze vinden het nieuwe stelsel te complex en lastig uit te voeren voor pensioenfondsen. Ook leidt de overgang naar individuele potjes volgens de critici voor veel deelnemers tot een uitkomst die zeer ongewis is.

Heel belangrijk wordt hoe de pensioenfondsen er financieel voorstaan op het moment dat ze het vermogen verdelen. Dat bepaalt hoeveel geld er is om compensatie te geven aan de generaties die dat nodig hebben. Het kan maar één keer en de rente van dat moment bepaalt dus hoeveel geld er is. Toezichthouder DNB gaat toezien dat de verdeling op een eerlijke manier gebeurt.

Is het politiek gezien een gelopen race?

In de Tweede Kamer is er een meerderheid, want de coalitiepartijen staan erachter.

In de Eerste Kamer hebben zij geen meerderheid. Daar wordt gerekend op steun van de PvdA en GroenLinks. Eerder steunden die partijen het pensioenakkoord, maar over de uitwerking van dat akkoord in wetgeving zijn ze minder te spreken.

Wat is het alternatief?

Het niet doen, maar dan blijven de structurele problemen van het huidige stelsel bestaan. Een andere optie zou zijn om alle opgebouwde pensioenrechten in het huidige stelsel te houden en daar een streep onder te zetten. Alle premies vanaf nu vallen dan in het nieuwe pensioenstelsel.

Nadeel daarvan is dat het volgens de pensioenfondsen erg duur is om twee regelingen naast elkaar in de lucht te houden. Dat zou dan moeten tot de laatste persoon die nu pensioen opbouwt, is overleden. Ook blijft het geheel dan voor deelnemers onoverzichtelijk, wat juist een belangrijke reden is om van het huidige stelsel af te willen.

De nieuwe pensioenwet moet op 1 juli volgend jaar ingaan. Fondsen hebben dan tot 2027 de tijd om hun deelnemers over te zetten.

Generated by Feedzy