Hoe het klimaatpanel van de VN iedereen bij de les houdt

Washington zuchtte in 1988 onder één van de heetste zomers sinds mensenheugenis. Het was een graad of 36 toen James Hansen op 23 juni in een hoorzitting in de Senaat zijn zorgen uitte over klimaatverandering. Hansen, directeur van het Institute for Space Studies van ruimtevaartorganisatie NASA, hield zijn verhaal op uitnodiging van de Democratische senator Timothy Wirth.

Later vertelde Wirth dat hij speciaal voor de gelegenheid de ramen in het zaaltje de hele nacht had opengezet waardoor de airco op tilt sloeg en het er stikheet was. Zo konden leden van de commissie Energie en grondstoffen volgens hem al vast aan den lijve ondervinden wat klimaatverandering voor de wereld in petto had.

Hansen hield de politici voor dat ze het probleem niet langer mochten negeren. „Het is de hoogste tijd om te stoppen met het gewauwel en te erkennen dat het bewijs dat het broeikaseffect bestaat nogal sterk is”, zei de klimaatexpert volgens een verslag in The New York Times. De kop boven het artikel luidde: ‘De opwarming van de aarde is begonnen’.

In de jaren tachtig groeide de vrees voor klimaatverandering. Maar hoe sterk was het bewijs? Hoe erg zou het nog worden? Was het nodig om er iets tegen te doen? En wat dan? Het waren vragen waarop eerst een duidelijk antwoord moest komen, voordat politici het zouden aandurven om in actie te komen. Die vragen waren in 1988 de aanleiding voor de oprichting van het IPCC, het intergouvernementele panel voor klimaatverandering.

1 Wat is het IPCC?

Het IPCC is vooral heel veel niet. Het is geen wetenschappelijk instituut dat zelf onderzoek doet. Het is geen grote organisatie van klimaatwetenschappers met duurbetaalde banen. Het is eigenlijk niet veel meer dan een bescheiden, in Bonn gevestigd secretariaat dat valt onder twee organisaties van de Verenigde Naties, namelijk de Wereld Meteorologische Organisatie en het VN-milieuprogramma UNEP.

Het doel is om regeringen op de hoogte te houden van alle ‘beleidsrelevante’ kennis over klimaatverandering, maar zonder voor te schrijven wat er moet gebeuren. Daarvoor doet het IPCC een beroep op (duizenden) klimaatwetenschappers, die als vrijwilligers vaak jaren werken aan rapporten waarin de stand van zaken op het gebied van klimaatverandering wordt opgemaakt. Eens in de vijf tot zeven jaar wordt verslag uitgebracht.

Komende week verschijnt, voor de zesde keer sinds de oprichting van het IPCC, het eerste deel van een nieuwe cyclus van drie rapporten. Dat deel gaat over de natuurwetenschappelijke basis van klimaatverandering. De twee andere delen, die in het najaar en begin volgend jaar verschijnen, beschrijven mogelijkheden om klimaatverandering te voorkomen en de (sociaal-economische) gevolgen van klimaatverandering in verschillende regio’s op de wereld.

2 Waarom is er zo’n internationale organisatie opgetuigd? Dat gebeurt op allerlei andere beleidsterreinen toch ook niet.

Daar zijn verschillende belangrijke redenen voor. Klimaatverandering was toen het IPCC werd opgericht een vrij abstract probleem, met gevolgen die een paar decennia achterlopen bij de oorzaken. De hittegolven, overstromingen en bosbranden van deze zomer – voor zover klimaatverandering daarbij een rol speelt – worden veroorzaakt door het teveel aan broeikasgassen dat tientallen jaren geleden in de atmosfeer is gedumpt. En als de wereld vandaag zou stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen, gaat de opwarming nog wel een tijdje door.

Bovendien kan de opwarming onomkeerbare veranderingen veroorzaken. Als het ijs op Groenland of het Noordpool-ijs eenmaal flink begint te smelten, is er op den duur geen houden meer aan. Datzelfde geldt voor het smelten van de permafrost.

Daar komt bij dat broeikasgassen zich niet aan grenzen houden. De mensheid kan klimaatverandering alleen gezamenlijk oplossen. Door de kennis van wetenschappers uit zoveel mogelijk landen te bundelen in rapporten die vervolgens door alle landen worden onderschreven, wordt de kans groter dat landen hun verantwoordelijkheid nemen.

3 Hoeveel invloed hebben landen op de uitkomst van de rapporten? Voldoen die nog wel aan wetenschappelijke criteria als de politiek zich ermee bemoeit?

De bemoeienis van de politiek blijft beperkt tot de samenvatting van de rapporten, die bedoeld is voor beleidsmakers. De rapporten maken uitsluitend gebruik van wetenschappelijk onderzoek en beslaan vaak meer dan duizend pagina’s. Ze worden vervolgens gelezen door expert reviewers die commentaren kunnen insturen. Al die commentaren worden stuk voor stuk beoordeeld en verwerkt. En na publicatie van het rapport worden ook de commentaren openbaar, en de reacties erop, zodat iedereen ze kan controleren.

De rapporten maken gebruik van onderzoek door de wetenschap en beslaan vaak meer dan duizend pagina’s

Een eerste voorlopige versie van het rapport dat maandag verschijnt, werd volgens het IPCC door 750 deskundigen nagelezen. Zij stuurden 28.462 reacties in. Een tweede versie had ruim 1.200 lezers (zowel wetenschappers als deskundigen namens regeringen) en leverde 51.887 commentaren op. De samenvatting die op basis van het rapport is gemaakt leidde nog eens tot ruim 8.000 commentaren uit 47 verschillende landen.

De afgelopen twee weken is de samenvatting van het rapport zin voor zin, en soms zelfs woord voor woord voorgelegd aan beleidsmakers en deskundigen uit de deelnemende lidstaten van de VN – de wetenschappers zitten erbij om te voorkomen dat de eindtekst afwijkt van wat er in het rapport zelf staat.

Vrijdag werd het eindresultaat goedgekeurd. Dat heeft het voordeel dat hierover consensus bestaat en niemand de wetenschap die erin beschreven wordt nog in twijfel kan trekken, ook een land als Saoedi-Arabië niet, dat zich vaak verzet tegen alarmerende uitspraken over de gevolgen van klimaatverandering.

Dat is vooral belangrijk voor de onderhandelingen over het internationale klimaatbeleid, waar de noodzaak van maatregelen niet ter discussie kan staan.

4 Toch heeft het IPCC in het verleden regelmatig zwaar onder vuur gelegen. Was dat dan niet terecht?

In 2009, twee jaar nadat het IPCC de Nobelprijs voor de Vrede ontving, werd de server van een Brits klimaatinstituut gehackt. Tienduizenden e-mails van klimaatwetenschappers lagen op straat, Climategate was geboren – mogelijk bedoeld om de belangrijke klimaattop in Kopenhagen, die kort daarna plaatsvond, te ontregelen.

Uit de e-mails doemde, volgens klimaatsceptici, een beeld op van wetenschappers die elkaar de bal toespelen en kritische denkers proberen buiten te sluiten. De frase ‘Hide the decline’ (verberg de afname) die een van de wetenschappers gebruikte om iets over een grafiek te beschrijven, werd gezien als bewijs dat klimaatwetenschappers bewust informatie achterhielden om de opwarming ernstiger voor te stellen dan die werkelijk was.

Er volgden diverse onderzoeken waarin uiteindelijk alle klimaatwetenschappers werden vrijgepleit. Zeker, er werden in sommige mails weleens onaardige dingen gezegd over sceptici, maar uit niets bleek dat er was gefraudeerd. Zelfs ‘Hide the decline’, dat door klimaatontkenners op muziek werd gezet, bleek in de context waarin het was opgeschreven een onschuldige opmerking.

Climategate leidde, in combinatie met een paar fouten in enkele rapporten, tot een onafhankelijk onderzoek naar de procedures van het IPCC. Het secretariaat had knullig en afhoudend gereageerd op cijfers die overduidelijk fout waren.

5 Waarom verschijnen er nog steeds nieuwe IPCC-rapporten, het is toch wel duidelijk dat klimaatverandering bestaat?

In het eerste IPCC-rapport, dat in 1990 verscheen, schreven de klimaatwetenschappers dat de gemiddelde temperatuur op aarde steeg, maar er bestond nog grote onzekerheid over de rol van de mens daarin. Toen in 1996 het tweede rapport verscheen leek het bewijs te duiden op „een waarneembare menselijke invloed op het wereldwijde klimaat”. In de drie rapporten daarna werd die duidelijkheid alleen maar groter. In 2001 heette het ‘waarschijnlijk’ (66 procent zeker) dat de recente opwarming het gevolg is van menselijke activiteit, zes jaar later ‘zeer waarschijnlijk’ (90 procent zeker).

De modellen krijgen meer details. Er kan een betere inschatting worden gemaakt van wanneer het klimaatsysteem kan kantelen

In het rapport uit 2014 was het zelfs ‘extreem waarschijnlijk’ (95 procent zeker) dat de mens de huidige klimaatverandering veroorzaakt. De Nederlandse klimaatwetenschapper Leo Meyer, een van de auteurs van het synthese-rapport dat in november van dat jaar verscheen, vatte de conclusies in een interview in NRC destijds als volgt samen: „De invloed van de mens op klimaatverandering staat glashelder vast. De gevolgen worden wereldwijd scherper zichtbaar. De prognoses daarover zijn toenemend ernstig. En nog steeds is er een mogelijkheid om de risico’s binnen de perken te houden. Maar naarmate we daar langer mee wachten wordt dat wel snel duurder.”

Het nieuwe rapport kan daar misschien niet zo gemakkelijk meer overheen. Maar intussen groeit de kennis over klimaatverandering snel. Er verschijnen onderzoeken naar de relatie tussen klimaatverandering en weer-gerelateerde gebeurtenissen zoals de recente hittegolf in het westen van Canada. De klimaatmodellen die voorspellen wat er kan gebeuren krijgen meer details, en er kan een betere inschatting worden gemaakt van het moment waarop klimaatsystemen kunnen kantelen. Al die toegevoegde kennis moet de beleidsmakers bij de les houden.

Source