Een Rembrandt was pas een Rembrandt als hij het zei

De woensdag 11 augustus op 83-jarige leeftijd overleden kunsthistoricus Ernst van de Wetering overwoog in 2014 al eens om een overlijdensadvertentie voor zichzelf te plaatsen. Dat zei hij in een vraaggesprek met NRC naar aanleiding van de voltooiing van zijn levenswerk, het Rembrandt Research Project (RRP), waar hij 46 jaar aan verbonden was en dat hem tot dé Rembrandt-autoriteit in de wereld had gemaakt. Een Rembrandt was pas een Rembrandt als Ernst van de Wetering zei dat het een Rembrandt was.

Na al die jaren was hij wel een beetje zat om twee, drie keer per week de vraagbaak voor wildvreemden te zijn die meenden een Rembrandt te hebben ontdekt. „Het loket was nooit dicht, iedereen was altijd gratis welkom”, verzuchtte de emeritus-hoogleraar.

Lees ook het interview met Ernst van de Wetering uit 2014: Rembrandt is niet één mannetje, maar een hele wereld

Door zich zo open te stellen voor gelukszoekers ontdekte en herontdekte Van de Wetering acht werken van Rembrandt, het loket had zeker nut gehad. Dat zijn antwoorden in de loop der jaren steeds korter en korzeliger werden, lag aan de onnozelheid van degenen die bij hem aanklopten, zei hij. „De meeste aanvragers zijn schaamteloos lui, te gemakzuchtig om eerst eens zelf een Rembrandtboek door te bladeren om te zien of hun schilderij een kopie of reproductie is.”

Behalve een overlijdensannonce had hij ook overwogen een geheim telefoonnummer te nemen en een computerprogramma dat alle mails met het woord ‘Rembrandt’ automatisch zou verwijderen. Ook die maatregelen nam hij niet. Met dezelfde plichtsgetrouwheid en ijzeren discipline waarmee hij het Rembrandt Research Project voltooide, bleef hij tot zijn dood beschikbaar voor alle vragen over Nederlands grootste schilder.

Tekenleraar

Ernst van de Wetering wilde zelf kunstenaar worden. Hij volgde een opleiding tot beeldend kunstenaar en was een paar jaar tekenleraar. Pas op zijn 25ste ging hij kunstgeschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), een opleiding die hij combineerde met een baan als tekenaar van microscopische preparaten in het Zoölogisch Museum in de hoofdstad.

Na zijn afstuderen ging hij in 1968 als timide student-assistent aan de slag bij het dat jaar opgerichte Rembrandt Research Project. Dat door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) betaalde onderzoeksproject moest een einde maken aan de vele mythes die in de loop der eeuwen over Rembrandt van Rijn (1606-1669) waren ontstaan. Later werd Van de Wetering volwaardig lid van het team en toen de oudere collega’s in 1993 vertrokken, leidde hij, inmiddels hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, het nieuwe onderzoeksteam dat de mammoetonderneming nog ruim twee decennia zou voortzetten.

Dikke boeken

De planning was dat het onderzoeksproject binnen tien jaar zou resulteren in een wetenschappelijk onderbouwde catalogus van alle schilderijen van Rembrandt. Dat het uiteindelijk bijna een halve eeuw duurde voordat Van de Wetering in 2014 Rembrandt’s Paintings Revisited, A Complete Survey publiceerde, een 748 pagina’s dikke foliant, lag aan veranderde kunsthistorische inzichten die voor een belangrijk deel op conto van Van de Wetering zijn te schrijven.

Lees ook een column van Auke Kok over ‘die dekselse Van de Wetering’

In 1989 had het Rembrandt-onderzoek al tot drie dikke boeken geleid toen langzaam maar zeker het besef rees dat er iets rammelde aan de uitgangspunten van het project. De onderzoekers hadden verondersteld dat zij met hun kennersoog Rembrandts manier van schilderen konden herkennen. Maar wat dan precies ‘typisch Rembrandt’ was, hadden ze nooit geformuleerd.

Van de Wetering oordeelde dat het oorspronkelijke team veel te weinig oog had voor de manier waarop Rembrandt schilderde. Nieuwe natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden inzetten om onderschilderingen zichtbaar te maken en verfsamenstellingen te bestuderen, was volgens hem een revolutionair uitgangspunt geweest. Maar veronderstellen dat je bijvoorbeeld röntgenfoto’s van schilderijen kunt interpreteren zonder eerst de werkwijze van een schilder uitvoerig te hebben bestudeerd, vond hij naïef.

Rembrandts atelier

Het oorspronkelijke team keek twee, hooguit drie uur naar een schilderij, vertelde Van de Wetering in 2014. „Nu kijken en denken we met onderbrekingen soms twintig jaar voordat iets duidelijk wordt, want nieuw verworven kennis beïnvloedt de geldigheid van eerdere inzichten.”

Met een nieuw team van medewerkers ging Van de Wetering vanaf 1993 onderzoek doen naar de praktische gang van zaken in Rembrandts atelier. Dat leidde tot tal van nieuwe feiten over Rembrandt. Over zijn schildertechniek en hoe die gedurende zijn leven veranderde. Over zijn samenwerking met leerlingen. Over varianten en kopieën. Over de functie van zelfportretten. En over de kleding op de schilderijen.

Ernst van de Wetering en Rembrandts Landschap met stenen brug in het Rijksmuseum te Amsterdam, in 2005.
Foto Vincent Mentzel

Die resultaten hadden forse consequenties. Schilderijen die eerder door het onderzoeksteam waren toegeschreven aan de grote meester werden afgeschreven, en omgekeerd. Maar het door Van de Wetering geleide onderzoek had ook gevolgen voor kunstonderzoek in het algemeen. Zijn onderzoeksmethoden vonden breed ingang.

Belangen en emoties

Niet alle bevindingen van Van de Wetering werden door iedereen onmiddellijk aanvaard. Gezien de enorme belangen en emoties die gepaard gaan met afschrijvingen zou dat ook wonderbaarlijk zijn geweest.

Van de Wetering toonde bij kritiek begrip en had in de loop der jaren geleerd dat hij niet moest zeggen dat hij gelijk had. In plaats daarvan zei hij: „Uitspraken over schilderijen worden in de kunstwereld als opinies beschouwd, meestal terecht. Maar ik doe niet aan opinies, mijn uitspraken stoelen op wetenschappelijk onderbouwde redeneringen. Mijn gelijk komt vanzelf, daar maak ik me geen grote zorgen over.”

Na de afronding van het Rembrandt-project publiceerde Van de Wetering in 2016 nog het boek Rembrandt, The Painter at Work. Daarnaast ging hij in een hoek van zijn huiskamer doen wat hij altijd al graag had willen doen: zelf schilderen.

Ernst van de Wetering in 1987
Foto NRC

Source