De eendagsvlieg heeft geen tijd

Het is het vergankelijk zomerhitje, die enkele sportieve krachttoer en de zoveelste nieuwe en zeer tijdelijke hobby. Het zijn typische eendagsvliegen die je van tijd tot tijd opeens om de oren vliegen. Maar hoe vluchtig is de band, de sporter of de passie?

Échte eendagsvliegen kunnen wel vliegen, maar het zijn geen vliegen. Ze behoren tot een heel eigen orde, de Ephemeroptera. Een eendagsvlieg, of haft, onderscheidt zich onder andere van een vlieg door het onvermogen de vleugels over het lichaam te vouwen. Die worden in plaats daarvan recht boven het fragiele achterlijf geklapt, dat in rust naar boven kromt en eindigt in lange, gracieuze staartdraden.

Een ander verschil is dat vliegen twee vleugels hebben. Haften hebben er in principe vier, al zijn de achtervleugels vaak wel klein, wat maakt dat de elegantie van het dier volledig verdwijnt zodra het onhandig fladderend het luchtruim kiest. Er zijn – natuurlijk – ook uitzonderingen op die regel, dus zijn er ook soorten waarbij de achtervleugels helemaal ontbreken, zoals bij de ‘gewone tweevleugel’, de Cloeon dipterum. Toch is het nog steeds geen vlieg. Het ‘gewoon’ in de naam is daarmee net zo misleidend als ‘eendagsvlieg’, want aan deze dieren is weinig gewoons te bekennen. ‘Algemeen’ is een beter woord.

Iedereen met een vijvertje of een rustig stromend water in de buurt kan zwermen van deze soort zien. Vooral tijdens de schemering dansen de mannen daar op en neer. Dansen en copuleren is wat ze willen. Eten doen ze niet. Daar hebben ze geen tijd voor.

Het dier op de foto is een vrouwelijke gewone tweevleugel. Mannen hebben een extra paar ogen boven op de kop in de vorm van wijd uitlopende kokers. Een soort tulbanden. Die zijn handig, want als je maar heel even de kans hebt om je voort te planten, moet je niet net de verkeerde kant op kijken als er een vrouw je zwerm in vliegt. Het is zaak haar direct te zien en als eerste te grijpen met je lange voorpoten. Dan kan er gepaard en gestorven worden. Door de man dan. De vrouw moet eerst nog even eieren leggen en ook dat is bij de gewone tweevleugel niet gewoon. In haar lichaam zijn de eieren veiliger dan in het water, althans zolang de moederhaft niet wordt opgepeuzeld.

Ze zal daarom een rustige plek zoeken zodat de embryo’s in de eitjes de kans hebben zich te ontwikkelen. Pas als ze bijna uitkomen, deponeert ze haar eieren in een rustig watertje. Seconden later zwemmen daar babyhaften uit. En die zijn er zeker niet maar één dag. Ademend met wijd uitwaaierende kieuwen leven ze van organisch afval. Langzaam groeiend kunnen ze er een jaar over doen voor ze als zogeheten subimago uit het water komen. Ze hebben dan al vleugels, maar moeten nog eens vervellen om reproductief te worden; een unieke eigenschap van eendagsvliegen. De mannen moeten snel paren en hebben dan misschien nog één dag te leven, of te vliegen. Maar dat is iets anders dan één dag leven.

Tenzij je vindt dat het leven pas begint als je kinderen krijgt.

Source