Crisis in Somalië: ‘Gevlucht voor de honger, maar het blijft ons achtervolgen’

Nergens in Somalië is de honger groter dan in het stadje Baidoa. Het ligt op een plek waar het al veertig jaar niet zo droog is geweest als nu. Bovendien ligt Baidoa in een gebied dat in handen is van jihadisten van terreurorganisatie Al-Shabaab. Droogte en onveiligheid hebben er desastreuze gevolgen.

Droogte, dat kennen ze in Somalië wel. De bevolking is gehard. De droogte komt en gaat. Mensen bouwen een buffer op, en klauteren er na de droge periode weer bovenop. Maar nu volgen de droge periodes elkaar op. Al twee jaar heeft het niet geregend. Dat betekent vier gemiste regenseizoenen.

Het is een catastrofe voor een land waar het grootste deel van de bevolking leeft van landbouw en vooral van veeteelt. Miljoenen geiten, schapen en koeien zijn doodgegaan omdat ze geen gras en water meer konden vinden. Ruim een miljoen mensen zijn voor de droogte op de vlucht geslagen. Bijna een kwart van hen streek neer in Baidoa. Nomaden die arriveren zonder vee, maar met hongerige kinderen, op zoek naar hulp.

Afrika-correspondent Elles van Gelder en cameraman Sven Torfinn reisden naar Baidoa. Ze bezochten onder andere een centrum waar de meest ondervoede kinderen worden geholpen:

De 40-jarige Adey zit in haar hut, die is gemaakt van takken en doeken. “Ik was een van de laatsten in mijn dorp die vertrok, vertelt ze. “Op het platteland is er niets meer. Hier is in ieder geval een kliniek.” Naast haar zitten haar kinderen, ondervoed en met mazelen. Haar vijfjarige dochter Eunice stierf net na hun aankomst in Baidoa.

Even verderop een soortgelijk verhaal, van een moeder die hoogzwanger vluchtte. Baby Mustafa werd geboren in het kamp in Baidoa. Maar omdat ze zelf ondervoed is, bleef haar borstvoeding uit. “Gisternacht is hij gestorven,” zegt Dahabo Mukhtar zacht. “We vluchtten voor de honger, maar de honger achtervolgde ons hier.”

Volgens Unicef stierven tot en met juli ruim zevenhonderd kinderen in zogenoemde stabilisatiecentra, klinieken waar medisch personeel zwaar ondervoede kinderen probeert te redden. Maar de kinderen van Adey en Dahabo haalden het niet eens naar de kliniek. Veel kinderen sterven op de vlucht of ouders hebben geen mogelijkheid om naar plekken als Baidoa te komen. Er is geen informatie over de situatie in veel dorpen, dus zal het aantal sterfgevallen vele malen hoger liggen.

Somalië is een kwetsbaar land waar de problemen zich opstapelen: onveiligheid en droogte vormen een desastreuze combinatie. Dat een deel van het land in handen is van de terroristen van Al-Shabaab zorgt er namelijk voor dat humanitaire hulp niet naar alle plekken in Somalië kan.

Daarbovenop heeft het land ook te maken met ontbossing, overbegrazing en stijgende voedselprijzen.

Dreigende hongersnood

Al maandenlang waarschuwen hulporganisaties en de Verenigde Naties voor een dreigende hongersnood door de aanhoudende droogte. Hulpgeld komt langzaam op gang, mede door ‘concurrerende’ crises zoals de oorlog in Oekraïne.

Inmiddels staan ze er financieel tot het einde van het jaar iets beter voor, zegt Laura Turner van het Wereldvoedselprogramma, dat een groot deel van de noodhulp op zich neemt. Maar ze moeten wel prioriteiten stellen en dus ligt hun pakhuis vooral vol met voedsel voor ondervoede kinderen.

Tussen augustus dit jaar en juli volgend jaar schat WFP dat 513.000 kinderen zwaar ondervoed raken. “Maar op een gegeven moment is dit op, zegt ze over de dozen die in een helikopter worden geladen. En hoe langer dit duurt, hoe meer we nodig hebben.”

Droogte en conflict

De angst voor een langdurige crisis, en meer kindersterfte is groot. Want ook het vijfde regenseizoen lijkt uit te blijven. “Een groot deel van de vluchtelingen zal hier blijven”, zegt Nasir Abdi Arush, de minister van Humanitaire Zaken in Baidoa. Hij heeft zijn stad exponentieel zien groeien. Noodhulp is nodig, maar hij vreest ook de toekomst.

“Klimaatverandering en Al-Shabaab bedreigen het traditionele leven van onze veeboeren. We moeten gaan kijken naar nieuwe manieren om in het levensonderhoud te voorzien en hoe we met klimaatverandering om kunnen gaan op lange termijn.”

Somalië heeft te maken met twee kwaden: droogte en conflict. Ondertussen lijkt de nieuwe regering, die sinds mei aan de macht is, vooral gericht op het beëindigen van de terreur. Ze zijn een offensief begonnen tegen Al-Shabaab. Volgens de lokale minister Arush hebben ze geen keuze dan zich eerst te richten op de veiligheid. “We zijn geen rijk land. Veiligheid heeft onze prioriteit, pas dan kunnen we onze bevolking bereiken met hulp. We moeten ons land stabiliseren en een klimaat creëren zodat hulporganisaties hun werk kunnen doen.”

Generated by Feedzy