COMMENTAAR: Diaspora in Amerika

PRESIDENT CHANDRIKAPERSAD SANTOKHI is op reis, deze keer naar Amerika. Zijn kabinet en de CDS houden de gemeenschap gedetailleerd op de hoogte van de gangen van het staatshoofd, die in het bijzonder voor de jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York is. Hij schudt in de wandelgangen de hand van deze en gene, wat op de foto wordt vastgelegd, zodat het thuisfront kan zien dat de reis van Santokhi, de first lady en notabelen niet voor niets is.

Ook de leden van de Surinaamse vaderlandslievende diaspora in Amerika konden hun hart weer ophalen tijdens een ontmoeting met de president, die daarbij alle registers opengooide en die diaspora onder het genot van een hapje en een drankje opriep om zijn krachten en deskundigheid in te zetten om het moederland vooruit te brengen. En om vooral te investeren in Suriname. Hij stelde voor om een werkgroep van diaspora in New York op te richten, die kan samenwerken met het Diaspora Instituut Suriname (DIS).

Investeerders zullen alleen bereid zijn met geld over de brug te komen als er een duidelijk diasporabeleid is en een gezond investeringsklimaat

Het is onbegrijpelijk dat de president hen dat durft te vragen, in de wetenschap dat het hele diaspora verhaal in Nederland jammerlijk geflopt is. Het daar een jaar geleden in het leven geroepen Diaspora Instituut Nederland (DIN), een zusterafdeling van het in 2020 opgerichte DIS, is nu alweer stuurloos, omdat volgens voorzitter Kathleen Ferrier van het opgestapte DIN-bestuur de Surinaamse regering geen duidelijk diasporabeleid heeft. Er zou “een ander soort structuur en bestuur nodig zijn” om de verwachtingen die er bij de oprichting waren, te kunnen waarmaken, aldus Ferrier.

Santokhi heeft daar nooit op gereageerd, maar kwam laatst wel met de opmerking dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet toestaat dat diaspora kapitaal wordt gebruikt om het land op te bouwen. En dat daarom de honderden miljoenen euro’s, waarvan hij – voordat hij tot president werd gekozen – beweerde dat Surinamers overzee die zouden bijdragen aan de ontwikkeling van Suriname, uiteindelijk niet werden gestuurd. Navraag bij het IMF door de Ware Tijd heeft geleerd dat de verklaring van de president niet helemaal klopt.

Het diaspora geld is wel welkom, maar in het kader van goed bestuur moet de herkomst daarvan wel gedetailleerd worden verklaard. Ofwel: er mag geen geld het land binnenstromen dat mogelijk illegaal is verkregen, door bijvoorbeeld criminele activiteiten. De regering wil of kan dat niet garanderen, waardoor dat geld, als het al zou komen, Suriname niet ten goede komt.

Dus het is heel vreemd dat Santokhi met die wetenschap nu in Amerika de diaspora oproept om te investeren in Suriname en daarvoor weer een werkgroep wil op zetten. Dat is op voorhand zinloos. Want investeerders zullen alleen bereid zijn met geld over de brug te komen als er een duidelijk diasporabeleid is en een gezond investeringsklimaat. Suriname ontbeert beide. En zolang dat zo blijft, praat Santokhi in het buitenland vooral tegen dovemansoren.

Generated by Feedzy