Bijna hele Kamer tegen meer concurrentie op het spoor

Het overgrote deel van de Tweede Kamer voelt niets voor het toestaan van meer concurrentie op het spoor. Bijna alle partijen zijn bang dat meer marktwerking zal leiden tot versnippering en slechtere dienstverlening aan de reizigers.

Europese regels bepalen dat ook andere organisaties dan de NS de kans moeten krijgen om op het zogeheten hoofdrailnet te rijden. Commerciële aanbieders als Arriva, die nu al een aantal regionale lijnen exploiteren, hebben daar wel oren naar. De NS dreigt bovendien nachttrajecten en buitenlandse verbindingen te verliezen. Juist die buitenlandse lijnen zijn erg winstgevend.

“Ons complexe netwerk leent zich niet voor grootschalige privatisering”, zei CDA-Kamerlid Harry van der Molen in een debat in de Kamer. Ook PVV, D66, SP, PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren en ChristenUnie kijken er zo tegenaan. Verschillende partijen zijn bang voor een “ontmanteling” van de NS. Alleen de VVD denkt dat marktwerking kan leiden tot verbeteringen op het spoor.

‘Onderhands gegund’

Kamer en kabinet willen dat de NS, waarvan de Staat 100 procent aandeelhouder is, het recht om te rijden op het hoofdrailnet ‘onderhands’ gegund wordt. Dat wil zeggen dat er geen openbare aanbesteding komt waaraan ook andere vervoerders kunnen meedoen. De nieuwe concessieperiode loopt van 2025 tot 2035.

Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) legde de Kamer uit dat de Europese Commissie “vraagtekens” heeft bij de grootte van het net dat aan de NS wordt gegund. De Commissie wil ook dat Nederland eerst een marktanalyse uitvoert. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat Brussel ons land ‘in gebreke stelt’.

Marktanalyse

Verschillende partijen vinden dat de staatssecretaris niet moet zwichten voor de Europese eisen. Maar volgens Heijnen is de kans reëel dat Nederland die zaak, die jaren kan duren, verliest en dat de NS mogelijk maar een kleiner deel van het spoornet onderhands gegund kan krijgen.

Daarom overweegt ze nu toch een marktanalyse te laten maken, om op korte termijn duidelijkheid te krijgen voor de NS. Wat uiteindelijk met de uitkomst van de analyse gebeurt, zal ook afhangen van wat de Kamer ervan vindt, zei Heijnen. Het is volgens haar ook niet zo dat zo’n onderzoek onherroepelijk de deur openzet naar meer marktwerking op het spoor.

Generated by Feedzy