BELANGEN TEN KOSTE VAN INFRASTRUCTUUR

De grote regentijd laat zich dit jaar al vanaf de maand april gevoelen en richt door de enorme slagregens en de vaak daarmede gepaard gaande windhozen, grote sporen van vernieling achter. Niet alleen de wateroverlast die voor veel schade zorgt op percelen en woningen, maar ook de wegen gaan stelselmatig kapot. Zo ontstaan er in de primaire wegverbindingen gaten en enorme kuilen in het asfalt, worden straatklinkers weggespoeld en de wegen vrijwel onbegaanbaar, tot groot ongerief van weggebruikers en plaatselijke bewoners. Maar ook de secundaire wegen gaan stuk en dan vooral in de regentijd. Maar wat de zaak in dit jaargetijde snel doet verergeren, is wanneer men op vooral de secundaire wegen blijft rijden met zwaar materieel, en dan in het bijzonder de grote opleggers met boomstammen en de dumptrucks die volbeladen rijden met grind, bouwzand en lateriet. Vooral op de wegen die leiden naar het zuiden, het oosten en westen van het land, wordt enorme schade aan de infrastructuur aangericht. De weg met name die leidt naar West-Suriname, wordt jaarlijks zware schade toegebracht door hoofdzakelijk trucks die volbeladen zijn met boomstammen. Jaarlijks wordt er door de media op gewezen, dat dit soort zwaar transport over water dient te geschieden en de overheid erop moet toezien, dat er niet langer over deze wegen wordt gereden met deze zeer zwaar beladen voertuigen. Ook dit jaar is het weer raak. De asocialen die zeker onder de houtexporteurs moeten worden gezocht, vernielen elk jaar weer de wegen en dan vooral in het achterland en de overheid grijpt niet of nauwelijks in. Deze lieden weten dat de overheid niet of zeer onvoldoende controleert, en daardoor blijft men rijden en vaak ook nog in de nachtelijke uren. Men vernielt niet alleen de wegen op een vreselijke manier, zonder een wezenlijke bijdrage te leveren voor het onderhoud of herstel, maar vormt ook nog een vreselijk gevaar voor medeweggebruikers, omdat men ook in het donker rijdt en vaak ook nog zonder adequate verlichting op de zware trucks. Opeenvolgende regeringen hebben hier niet of nauwelijks tegen opgetreden en de controle is daarom gewoon een lachertje. Vaak genoeg wordt er ook nog “tyuku” betaald aan de controleurs van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht, SBB om met ladingen te passeren, wanneer dat gezien het late uur, niet meer zou mogen. Ook de controle op de houtblokken geschiedt naar wij vernemen, niet altijd volgens de geldende regels. Ook hier komt het tyuku-spook wederom tevoorschijn. Maar het stukrijden van de wegen gaat in de regentijd gewoon door en niemand van de overheid grijpt in of controleert. Een districtscommissaris stelt een doorrijverbod in op de Afobakaweg en het verbod wordt gewoon genegeerd. Dat komt natuurlijk omdat er geen controle is op de plek waar het doorrijverbod, is ingesteld. Heeft natuurlijk weer alles te maken met een falen van de controle op de naleving van een gestelde regel. Wat natuurlijk ook kan spelen bij het rijden met houtblokken op secundaire wegen, ondanks een ingesteld rijverbod, zijn de grote belangen die spelen in het voordeel van de houtboeren, die grote connecties hebben in de zogeheten ‘bovenwereld’ en politiek geëngageerd zijn. Als deze lieden geaffilieerd zijn aan een bepaalde politieke partij, die toevallig regeringsverantwoordelijkheid bezit, dan mogen ze gerust de wegen kapotrijden en betaalt de belastingbetaler uiteindelijk het gelag. Het wordt de hoogste tijd, dat er een zwaar verhoogde wegenbelasting wordt geïnd voor lieden, die over deze zware voertuigen beschikken en stelselmatig en opzettelijk de wegen aan barrels rijden.

Source