‘Bedrijven in fossiele brandstoffen worden zombies’

Dat bedrijven te weinig doen is volgens Van der Ploeg duidelijk, “veel te weinig” zelfs. “Iedereen is de boot aan het afhouden, maar op een gegeven moment moeten ze om. Dan zijn ze te laat en krijgen ze klappen.”

Groei groter dan reductie

Er zijn wel groene stappen gezet, maar die worden vaak teniet gedaan door de groeiende welvaart. Ruud van den Brink van onderzoeksinstituut TNO geeft als voorbeeld de auto-industrie. “Auto’s zijn zuiniger geworden, maar ook groter en mensen zijn meer gaan rijden. De totale uitstoot is dus toegenomen. We proberen het wel, maar het groeitempo kan het niet bijhouden.”

Daarom zullen niet alleen bedrijven, maar ook consumenten geraakt worden door maatregelen. Van den Brink: “Uit ons onderzoek komt naar voren dat het heel erg helpt als er ook minder geconsumeerd wordt. Dus niet alleen energie besparen, maar ook echt minder producten afnemen.” Daarbij is voor het draagvlak van belang dat de maatregelen eerlijk en ook effectief zijn.

‘Kwestie van doen’

Veel grote bedrijven, zoals Shell en BP, willen het rapport eerst bestuderen voordat zij met reactie komen, maar een aantal organisaties slaan een slagvaardige toon aan.

Zo onderstreept volgens werkgeversorganisatie VNO-NCW het rapport nogmaals de urgentie van actie. Er zijn genoeg plannen en doelstellingen, “het is nu een kwestie van doen. Iedereen moet leveren, bedrijven, burgers, ook politiek en de overheid.”

De Nederlandse Vereniging van Banken stelt dat een “een verdere versnelling van de energietransitie noodzakelijk is”.

Ook VEMW, de belangenclub van de grootste vervuilende bedrijven in Nederland, zegt dat het niet meer gaat om het formuleren van doelen. “Het gaat over het uitvoeren van al doordacht maatregelen. Laten we daar nu snel mee beginnen.”

Wel wijst VEMW naar het gebrek van besluitvorming in Den Haag. “Vergaande veranderingen zijn vereist, en om die goed uit te voeren is naast wet- en regelgeving samenwerking met de overheid cruciaal.”

First mover problem

Het bedrijfsleven wijst vaker naar de politiek voor actie. Zij willen wel verduurzamen, maar dan moet de concurrentie dat ook doen. Anders gaan de groenere bedrijven erop achteruit. En daar hebben zij wel een punt volgens Art de Zeeuw, emeritus hoogleraar milieueconomie.

“Het bedrijfsleven heeft niet genoeg gedaan, maar het is ook onterecht om alleen naar hun te wijzen. Bedrijven zijn er om werkgelegenheid te verschaffen en winst te maken. Maar de overheid gaat over het reduceren van de uitstoot. Bedrijven weten dat het belangrijk is maar ze gaan nooit stappen zetten die hun levensvatbaarheid in gevaar brengt. Het bedrijfsleven wacht af wat voor eisen ze krijgt opgelegd. Nu worden ze niet uitgedaagd. Geef ze een CO2-prijs en ze reduceren.”

Ook volgens hoogleraar Van der Ploeg zijn vrijblijvende afspraken niet goed genoeg. “Als je met Kerst een kalkoen vraagt hoe die opgegeten wil worden, dan gaat die dat niet zeggen. Je moet een CO2 prijs gaan instellen en sommige dingen gaan verbieden, zoals fossiele brandstofvoertuigen. Dan weet iedereen dat en wordt er ook niet meer geïnvesteerd in de verkeerde dingen.”

Laaghangend fruit

Van der Ploeg pleit voor eenzelfde soort aanpak als voor de coronavaccins. “Binnen een jaar zijn er vaccins op de markt gekomen. Daar waren we niet op aan het wachten want dan ben je te laat en vallen er veel doden. Bij klimaat is dat ook. Er zullen doden vallen en we brengen onomkeerbare klimaatschade aan.”

Een zelfde soort van massale investering in onderzoek en ontwikkeling met overheden, universiteiten en bedrijven is daarom nodig volgens Van der Ploeg. “En dan moeten we lef hebben om fouten te maken; wedden op verschillende paarden. Als een technologie dan niet goed genoeg is, trek je de subsidie terug.”

Het zal een flinke inspanning vereisen om de schade van klimaatverandering te beperken. Ruud Van den Brink, TNO: “Er moet echt nog heel veel gebeuren; het laaghangend fruit, die makkelijkere maatregelen zijn wel genomen. De maatregelen voor 2030 zijn uitdagend, maar uit dit rapport blijkt dat de uitstoot echt naar nul moet in 2050, het liefst nog eerder. En de laatste procenten zijn vaak het moeilijkst en het duurst. Het wordt een behoorlijke opgave, maar het is zeker haalbaar.”

Source