‘Ans en ik zijn bewust parttime gaan werken’

Esther: „Ik werk in een restaurant. In Valkenburg.”

Pieter: „We waren met vakantie toen we hoorden van de overstromingen.”

Ans: „De kelder van de lunchroom waar Esther werkt, Brownies&downieS, heeft onder water gestaan.”

Esther: „Ik kan nu weer naar mijn werk. Ik doe de bediening en sta achter de bar.”

Ans: „Ze mag drankjes inschenken en verschillende koffies klaarmaken. En bestellingen opnemen.”

Esther: „Op school had ik kookles.”

Ans: „En ze heeft een cursus voor gastvrouw gevolgd.”

Esther: „Het is mijn droombaan. Al mijn vrienden werken daar.”

Ans: „Heel bijzonder is dat Esther zelf met de trein naar haar werk gaat.”

Pieter: „Net als Esther werken Ans en ik 32 uur per week. Al vanaf de geboorte van onze oudste dochter werken we beiden parttime, zodat we er ook echt samen voor de kinderen konden zijn. Daarom hebben we ook allebei bewust gekozen voor een baan waarin dat kon.”

Ans: „Ik werk als senior communicatieadviseur bij AZL, een bedrijf dat de administratie verzorgt voor vijftig pensioenfondsen. Door de juiste communicatie te geven aan verschillende doelgroepen hopen we mensen te motiveren om zich meer in hun pensioen te verdiepen. Na mijn studie Nederlands heb ik me toegelegd op toegankelijke communicatie, zonder jargon en moeilijke zinswendingen, dus dit werk past heel goed bij mij.”

Pieter: „Ik ben business process analyst bij de Open Universiteit: ik vertaal de kernactiviteiten in digitale processen: het inschrijven van studenten, de tentaminering, de salarisadministratie… Het is complexe materie en ik neem mijn werk mentaal dan ook vaak mee naar huis. Toen ik nog aan de universiteit in Tilburg werkte, had ik in de trein naar huis een uur om me los te maken van mijn werk. Nu ben ik in een kwartier thuis. En sinds ik thuis moet werken, zijn werk en privé helemaal lastig van elkaar te scheiden.”

Ans: „Maar het is wel heerlijk dat we nu beiden zo weinig reistijd hebben.”

Pieter: „Ja, sommige dagen zijn daardoor aanmerkelijk korter. Voor vergaderingen met andere universiteiten moest ik regelmatig naar Utrecht. Dan zat ik soms al om 6 uur ’s ochtends in de trein.”

De Leeuwenkoning

Esther: „Ik zit op hockey. En ik doe taal en rekenen.”

Pieter: „Esther heeft bijles in vakken als taal, rekenen en aardrijkskunde om haar algemene ontwikkeling te stimuleren. Op de school voor speciaal voortgezet onderwijs kreeg ze vooral vakken als koken en volgde ze stages. Maar Esther vindt vakken als biologie ook erg leuk. Daarom investeren we daarin.”

Ans: „Haar werk bij Brownies&downieS is officieel geen baan, maar dagbesteding. Maar in haar beleving is het werk en zo is het ook ingericht: zoals elke werknemer moet ze op tijd komen en zich aan bepaalde regels houden.”

Esther: „Ik hou van zwemmen.”

Ans: „En ze kijkt veel filmpjes.”

Esther: „Disney-films.”

Ans: „Met als absolute favoriet De Leeuwenkoning.”

Pieter: „Ze kent ’m uit haar hoofd.”

Ans: „Ze heeft ooit het boek overgeschreven, ze heeft er voor ons een spreekbeurt over gehouden en ze is met haar drie jaar oudere zus naar de musical in Londen geweest toen ze 18 was.”

Esther: „Ik doe leuke dingen met mijn zus.”

Ans: „Maar die studeert nu twee jaar in Zweden. De zussen bellen wel elke week. En als ze elkaar zien, gaan ze winkelen of doen ze spelletjes.”

Pieter: „Ik sport veel: ik loop driemaal per week hard en ga twee keer per week naar de sportschool. Als ik te weinig beweeg, word ik onrustig. Verder ben ik praktijkcoach voor leidinggevenden bij Scouting. Ik was ook welpenleider en bestuurder. Verder regel ik het pgb [persoonsgebonden budget] van Esther. Dat is tweemaal per maand best een klusje.”

Esther: „Ik was ook bij Scouting.”

Pieter: „Meestal doe ik nog meer vrijwilligerswerk, maar door een groot project bij de Open Universiteit heb ik daar nu even geen tijd en energie voor.”

Ans: „Ik zing in een koor, maar dat ligt nu stil. Daarom ben ik begonnen met tekenles. Op mijn vrije dag komt mijn moeder eten en doe ik veel voor Esther. Verder doe ik vrijwilligerswerk voor de gemeente Maastricht, voor Iedereen, een organisatie die de stad inclusiever wil maken. Ze zochten iemand die verstandelijk gehandicapten kon vertegenwoordigen.”

Testamenten

Ans: „We hebben de afgelopen jaren veel geld gestoken in ons huis: in isolatie, een nieuw dak en zonnepanelen. Ook de hypotheek is grotendeels afbetaald, dus onze maandlasten zijn laag.”

Pieter: „We leven doorgaans best sober. En voor grote uitgaven sparen we. We kopen bijvoorbeeld pas een nieuwe auto als er geld voor is.”

Ans: „In coronatijd hebben we een overkapping laten plaatsen over het terras en de tuindeuren vernieuwd. En we hebben geld uitgegeven aan testamenten. Door onze lage lasten kunnen we waarschijnlijk iets eerder stoppen met werken.”

Pieter: „Onze vakanties zijn relatief goedkoop doordat we kamperen. Lekker eenvoudig, niet te fancy. We gaan ook weleens naar vrienden in Spanje en Griekenland. Verder maken we weleens een stedentrip.”

Ans: „Heel af en toe maken we een verre reis. Daar sparen we dan voor.”

Pieter: „Voor de toekomst hopen we dat we voor Esther een goede woonplek vinden.”

Ans: „We hebben het geluk dat het logeerhuis waar Esther weleens naartoe gaat een woning voor verstandelijk gehandicapten gaat inrichten. Hopelijk kan ze daar over een half jaar terecht.”

Esther: „In Bunde.”

Pieter: „Best spannend.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

Source