Agressie groeit

Een blik in de spiegel van de wereld laat zien dat mensen steeds agressiever worden. Mensen protesteren nog zelden met woorden. Er wordt direct geschreeuwd, protestacties gevoerd en vooral bedreigd en naar wapens gegrepen. Het doel van dit agressieve gedrag is de ander te intimideren. Het individu staat steeds meer centraal. Een recent voorbeeld is de boeren protestactie in Nederland. Ze hebben met hun acties duizenden mensen gedupeerd, brandjes gesticht en geweld gepleegd. De bezittingen van een ander vernielen, is al erg genoeg. Maar je eigen land kapotmaken, geeft aan dat je niet van je land houdt. Daarbij vergeet men gemakshalve dat herstel en reparaties betaald moeten worden van onze belastingcenten. Daarom is het nog steeds onbegrijpelijk dat de machthebbers in de jaren tachtig zoveel vernielingen in eigen land hebben aangericht, mooie gebouwen in brand hebben gestoken en nog steeds bedreigingen blijven uiten. 

Je ergeren aan mensen, een keer boos worden, dat is allemaal begrijpelijk gedrag. Maar wat er op dit moment in vele landen gebeurt, is ongrijpbaar en we weten niet of het erger of minder zal worden. Dat korte lontje bij de mens kan het gevolg zijn van emoties die ontstaan door onzekerheid en grote veranderingen. Dat kan leiden tot gevoelens van angst, frustratie en irritatie. Plots kunnen je activiteiten worden beperkt, bijvoorbeeld de opgedrongen beperkingen in de covidperiode. Dit vergt aanpassingsvermogen en dat lukt de ene mens beter dan de andere. Het zijn niet de dingen zelf die mensen bang maken, maar de manier waarop mensen de dingen bekijken. Dat is allemaal begrijpelijk. Onbegrijpelijk en dom is echter dat mensen in hun eigen land vernielingen gaan aanrichten en zo ontwikkeling tegenhouden. 

De protestactie in Suriname kenmerkte zich als agressief met veel geschreeuw en gescheld. Gelukkig verliep het zonder vernielingen. De molotovcocktails die op het terrein van de VHP zijn gegooid is een domme racistische actie.                                                                                                             

Wat mij van deze actie het meest is bijgebleven, waren de woorden uit de mond van een toeschouwer:” Dat de nood hoog is, is bekend, iedereen loopt te klagen.                                                           

Opvallend is echter hoe verschillend al die rassen ermee omgaan. So so blakaman e`go na stratie foe mek barbarie. Ze zullen wel weer door Bouta zijn betaald. Ondanks de hoge nood zijn de andere rassen creatief, ze improviseren, pakken aan kortom, ze proberen zich al klagend te redden. Deze mensen zullen sterker uit zo’n noodsituatie komen, ze verdienen een diep respect. Maar deng blakaman lesie, ze blijven liever hun hand ophouden en afhankelijk. Ze klagen en sommen de prijzen van de producten in de winkel op en roepen dat het bedrag dat de regering ze geeft niet genoeg is. Ze willen dat de staat ze onderhoudt met een maandelijks bedrag. Het komt niet in deze mensen op om zelf initiatieven te ontplooien om dat toebedeelde bedrag aan te vullen. Ze willen meteen hulp en als ze hun zin niet krijgen worden ze boos en gaan schelden. Deze mensen zullen nooit sterk en zelfredzaam worden.”                                            

De vraag die ieder voor zichzelf moet beantwoorden is: “Heeft de vrouw gelijk? Is dit gedrag van niet werken, handje ophouden en afhankelijk blijven echt typisch blakaman?

Vroeger was de agressie minder. Men had een blindelings respect voor het gezag die de orde moest bewaken. Elke politieman of militair had zijn streep of ster   verdiend met inzet en studie. Dit respect is tijdens ’t Bouterse bewind verdwenen. Voor strepen en sterren hoefde men zich niet meer in te zetten, ze werden uitgedeeld als snoepjes. Deze instituten zijn door de vorige regering zodanig gedegradeerd dat het respect voor het gezag is verdwenen. Dat betekent dat corrupt en agressief gedrag, sindsdien ongestoord zijn gang kan gaan.                                                               

Naast de problematiek van het ‘tanend gezag’ zijn ook de sociale omgangsvormen ruwer geworden. De laatste decennia is er een doorgeslagen assertieve levensstijl ontwikkeld; burgers gaan eerder op hun strepen staan en willen hun eigen wensen snel gehonoreerd zien. Er heerst een klimaat van eigenbelang gaat voor. Mensen vragen zich niet af hoe ze hun land kunnen helpen maar hoe hun land hen kan verzorgen. 

Als ik naar dat agressieve gedrag in de wereld kijk, moet ik vaak denken aan figuren als Martin Luther King, Nelson Mandela en Mahatma Gandhi. Deze mannen hadden gegronde redenen om te haten en geweld te gebruiken en toch was hun levenshouding: ”Vecht voor je recht, maar dan zonder geweld.” Deze drie mannen zijn telkens weer de dialoog aangegaan. Daar kan onze huidige wereld een voorbeeld aan nemen. Nonviolence is a weapon of the strong.

Onderwijs is het vaccin tegen geweld. Hoe meer scholing men heeft, hoe meer afstand men neemt van agressie. Mensen moeten worden getraind in zelfbeheersing. Zelfbeheersing wil zeggen dat je in sterke emotionele situaties in staat bent met je eigen emoties om te gaan; je hebt controle over je eigen gedrag, slaagt erin wensen, behoeften en driften in de hand te houden en je weet escalaties te voorkomen. Je weet dus niet alleen wat het juiste is om te doen, je handelt er ook naar. Zelfbeheersing oefenen is geen kwestie van het wegdrukken van je emoties. Het gaat erom dat je leert je boze gevoel te accepteren en tegelijkertijd met je ratio boven die boosheid staat. Pas als je inziet dat jijzelf die boosheid bent, dat het in jou zit, zal je er vrij van komen.

Beste mensen, agressief gedrag is aangeleerd omdat we het hebben afgekeken en gekopieerd van anderen. Geef dit gedrag geen kans om wortel te schieten in Suriname.

We must not allow our creative protest to degenerate into physical violence or blackmail. Violence and blackmailing never bring understanding and permanent peace.” (Martin Luther King)

Josta Vaseur

Source