Afstand tussen top en volk is groter geworden

Wanneer de periode van 2 jaar van de nieuwe regering nadert, zal de vraag steeds aan ons opdringen, waarom de verbetering op verschillende vlakken niet te zien is op het tempo waarop de indruk is gewekt dat ‘change’ zou plaatsvinden. We hebben het vaak over de incoherentie politiek-ideologisch en beleidsmatig, waarvan er voorbeelden te over zijn. Zo vragen we ons af hoe het mogelijk is in een rechtsstaat dat iemand aan het stuur van het land zit, actief in het landsbestuur participeert, maar tegelijk dreigt met het oproepen van massaprotesten en straatacties. En dat men daarbij niet schroomt om advocaten te bedreigen die gewoon hun werk doen waarvoor ze een eed of belofte hebben afgelegd.

Wanneer hebben we die intimidatie weer gezien? Juist ja … in de jaren ’80 en met name in 1982. Zelfs de NDP waarvan de top en de strategische kern een militaire signatuur heeft is zover gegaan als hoever nu de ABOP gaat aan het knagen aan de democratische waarden van de rechtsstaat. 

Maar, onderaan is men meer geïnteresseerd in de orde van de dag, want morgen is ver en heeft men nog niet gezien. De bevolking is nog steeds bezig te surviven. De samenleving gaat gebukt over de hele linie, onder alle groepen, in alle districten. We zeggen een ding, met de komende verhogingen en het mogelijk aanhouden van verlichtende en de staat belastende aanpassingen, is het gevoel steeds nadrukkelijker dat de armoede niet meer te dragen is. We zien dat de vakbeweging al kenbaar maakt dat de regering zaken aanhoudt of on hold zet, terwijl daarover duidelijke afspraken zijn gemaakt. Recent is bijvoorbeeld door de regering aangegeven dat de oorlog van Oekraïne niet is voorzien en ingecalculeerd in het akkoord dat met brede maatschappelijke ondersteuning in 2022 is gesloten. Dat is als een verrassing bij de vakbeweging overgekomen. Zij eisen eerst een grondige doorlichting van de EBS om daarna na te gaan of een verlichting nog nodig is. 

Uit eerdere verklaringen in de pers zou kunnen worden geconcludeerd dat de regering (lees: Sociale Zaken) niet in staat was om een groot deel van de subjectsubsidie middels het sociaal vangnet uit te keren. De ambtenaren werken waarschijnlijk niet mee en vinden het werk om de armen op te sporen of te registreren te zwaar. Dat zou ook bij de evaluatie door het IMF van de stand van zaken bij de uitvoering van de IMF-deal zijn gebleken. Het gevolg is dus nu, dat er een vraag is naar sociale steun, maar dat aan de aanbodzijde het kapitaal ligt te verrotten maar de capaciteit ontbreekt om de arme huishoudens te bedienen. Sociale Zaken heeft nog geen sociaal informatiesysteem, onvoorstelbaar met de tientallen kantoren en de duizenden ambtenaren tegenover aan de andere kant een piepkleine bevolking. Het heeft allemaal te maken met onwil en luiheid, dus een lage productiviteit. Sociale Zaken is in de IMF-deal geportretteerd als deel van de oplossing, maar het is deel van het probleem. De wielen van het sociaal vangnet / conditional cash transfer systeem zijn niet rond, maar vierkant. 

Intussen heeft inefficiëntie en luiheid vanuit Sociale Zaken, politieke implicaties voor de grootste politieke partij. Deze partij is tijdens de verkiezingen van 2020 huis aan huis, straat voor straat gegaan om mensen te vragen om voor haar te stemmen, men was op de gebruikelijke bedeltoer in de buurten en wijken. Men heeft gelopen in de regen, hobbelige zandwegen met kraters en waterplassen hebben de politici niet weerhouden om te voeteren met de aanhang in de kielzog. Met heeft gelopen met laarzen, met slippers, met eenvoudige kleding, waarin het arme volk zich hijst. Men heeft zich voor de verkiezingen geprobeerd erop te doen lijken alsof er geen afstand is tussen de politici en het volk. Men was zogenaamd een met het volk, men was gelijk aan het volk en uit en van het volk. 

Nu zijn we 2 jaar verder. We zien het gedrag van de politieke elite zoals het gebruik is. Men stelt zich boven het volk verheven op. We zien nu niet dat men straat voor straat, huis aan huis is gegaan. Men rijdt in dure Prado’s, men draagt dure kleding. Anderen zetten een kroon op hun hoofd, laden zich met goud en strooien met 50 SRD biljetten. Men rijdt in dure auto’s met zwaailichten met belastinggelden van het volk. Men zwaait als men langsrijdt, soms niet eens. De ruiten zijn donker en dicht, ze staan nooit open. Dus je ziet dan waarschijnlijk een minister langs rijden, maar raadt eens welke minister het is. Dat geldt ook voor andere mensen die nu vanwege de uitkomst van de verkiezing ook in een vooruitgeschoven positie zitten. Men kijkt niet eens uit de dure auto’s naar de belastingbetaler die de auto heeft betaald. 

Eerst had men voor de afstand met het volk een excuus: het is Covid. De vraag rijst wat hun excuus nu is. Deze politici lijken daarom op professionele oplichters. Ze lopen met hun mooie en hoge schoenen, ze mogen niet meer nat worden. Hun voeten moeten geen modder meer krijgen. De politici zitten nu op hun troon. Het volk is het volk gebleven. En… de arme mensen moeten blijven, zodat de politici altijd boven hen kunnen staan. De armen moeten in de afhankelijke en bedelpositie blijven. Het is allemaal moeilijk om te ervaren en te verkroppen in het kleine Suriname, dat vol met mogelijkheden zit…  nog steeds.

Source